ECLI:NL:RBZWB:2023:6789
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsrecht en oplegging bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving bijstand en het college herzag haar recht op bijstand over oktober tot en met december 2020 na het constateren van niet gemelde bijschrijvingen op haar bankrekeningen. Het college vorderde €3.615,52 terug en legde een bestuurlijke boete van €647,16 op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiseres voerde aan dat sommige stortingen geen inkomsten waren, maar bijvoorbeeld giften of terugbetalingen voor derden, en betwistte de boete als onevenredig.
De rechtbank oordeelde dat de bijschrijvingen terecht als inkomsten werden aangemerkt omdat eiseres onvoldoende objectief bewijs leverde voor haar verklaringen. De inlichtingenplicht is objectief en eiseres kon redelijkerwijs weten dat zij deze had geschonden. De terugvordering is wettelijk verplicht, en de financiële gevolgen vormen geen dringende reden om hiervan af te zien. Ook de opgelegde boete is passend en evenredig.
De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat bijstand een vangnetvoorziening is en dat het niet melden van relevante inkomsten leidt tot herziening en terugvordering. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Participatiewet en het belang van volledige transparantie bij het ontvangen van bijstand.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen herziening van het recht op bijstand en de opgelegde bestuurlijke boete worden ongegrond verklaard.