Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Wettelijk kader
Redelijke termijn
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit I gegrond;
- vernietigt bestreden besluit I;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II ongegrond;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 48,00 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.600,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan eiseres van een vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.500,-.