ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6324
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling navorderingsaanslagen buitenlandse bankrekening Van Lanschot
Belanghebbende en haar echtgenoot werden geïdentificeerd als rekeninghouders van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg op basis van door Belgische autoriteiten verkregen renseignementen. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op wegens niet aangegeven buitenlandse tegoeden over de jaren 1995 tot en met 2005.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende en haar echtgenoot rechthebbenden waren van de rekening en dat de gegevens authentiek en rechtmatig verkregen zijn. De inspecteur heeft de bewijslast terecht omgekeerd en een redelijke schatting van het niet aangegeven vermogen en inkomen gemaakt.
De rechtbank stelt echter vast dat de inspecteur onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij het opleggen van de tweede serie navorderingsaanslagen, waardoor deze voor de jaren 1996 tot en met 2001 en vermogensbelasting 1997 tot en met 2000 worden vernietigd. De boetes worden verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
De rechtbank heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding wegens de lange behandelingsduur.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen voor jaren 1996-2001 en VB 1997-2000 worden vernietigd; boetes worden verminderd wegens termijnoverschrijding; inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten.