ECLI:NL:RBROT:2025:14733
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst en geen WIA-uitkering voor pgb-zorgverlener mantelzorger
Eiseres heeft 22 jaar fulltime mantelzorg verleend aan haar meervoudig gehandicapte tweelingzoons op basis van een persoonsgebonden budget (pgb) van de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Na hun plaatsing in een zorginstelling vroeg zij een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat zij niet als werknemer werd beschouwd en dus niet verzekerd was voor de Wet WIA.
De rechtbank onderzocht of er sprake was van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst, waarbij arbeid, loon en gezagsverhouding vereist zijn. Hoewel eiseres arbeid verrichtte en loon ontving uit het pgb-budget, ontbrak een gezagsverhouding. De zorgovereenkomsten spraken van een overeenkomst van opdracht en er waren geen aanwijzingen voor instructies, toezicht of controle door de tweelingzoons of de Svb die een gezagsverhouding zouden bevestigen.
Eiseres voerde aan dat de handelingsonbekwaamheid van haar zoons betekende dat de Svb als feitelijke werkgever moest worden gezien, en dat toezicht en administratieve controle door de Svb een gezagsverhouding vormden. De rechtbank verwierp dit omdat het toezicht achteraf plaatsvond en geen concrete instructies of controle tijdens de werkzaamheden bestonden.
De rechtbank concludeerde dat de rechtsverhouding geen arbeidsovereenkomst was en dat de dwingende bepalingen van de Wet WIA geen ruimte laten voor uitkering aan niet-werknemers. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en redelijkheid en billijkheid faalde, omdat de wetgever bewust de kring van verzekerden beperkt heeft. Eiseres kan wel een vangnet vinden in de Participatiewet.
Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat geen arbeidsovereenkomst en dus geen WIA-verzekering bestaat.