ECLI:NL:CRVB:2025:802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens niet-verzekerd zijn van overleden echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot in 2021. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet in Nederland woonde of werkte en ook niet verzekerd was in Marokko. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het vereiste van verzekerd zijn niet buiten toepassing kon blijven wegens het evenredigheidsbeginsel.
Appellante voerde aan dat haar persoonlijke omstandigheden, waaronder haar zwakke gezondheid en financiële situatie, een indringende toetsing en toepassing van het evenredigheidsbeginsel rechtvaardigden. Tevens werd een actieve informatieplicht van de Svb betoogd en verzocht om verwijzing naar een grote kamer.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De Raad benadrukte dat de wettelijke bepalingen van de ANW dwingend zijn en dat de wetgever bewust de kring van verzekerden heeft beperkt tot personen die in Nederland wonen of werken of via internationale verdragen verzekerd zijn. Onbekendheid met regelgeving of analfabetisme vormen geen bijzondere omstandigheden voor afwijking. Het verzoek om verwijzing naar een grote kamer werd afgewezen. De Raad stelde dat de zorg voor weduwen in Marokko primair bij de Marokkaanse overheid en familie ligt.
De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waardoor appellante geen recht heeft op een ANW-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-uitkering omdat de overleden echtgenoot niet verzekerd was.