Appellant had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten met [werkgever] als statutair bestuurder met een afgesproken loon van € 4.800,- per maand. Na het faillissement van [werkgever] weigerde het Uwv een faillissementsuitkering toe te kennen omdat volgens hen geen gezagsverhouding bestond en er geen loon was betaald.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat er geen dienstbetrekking was. In hoger beroep stelde appellant dat wel sprake was van een gezagsverhouding en loonbetalingsverplichting. Het Uwv handhaafde het standpunt dat er geen loon was betaald, ondanks het ondertekende contract.
De Raad oordeelde dat appellant als statutair bestuurder wel degelijk in een gezagsverhouding stond en arbeid had verricht. Het overleggen van een contante loonbetaling in december 2015 maakte aannemelijk dat er een loonbetalingsverplichting bestond. Het ontbreken van premieafdracht en registratie bij Suwinet deed hieraan niet af.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het Uwv een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellant.