ECLI:NL:RBROT:2021:9234
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding dierenwelzijn bij vangen van kuikens
Eiseres kreeg een boete opgelegd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overtreding van de Wet dieren, specifiek het veroorzaken van onnodig pijn en letsel bij kuikens tijdens het vangen. Het primaire besluit en het daaropvolgende bezwaar werden door verweerder gehandhaafd. Eiseres stelde dat het rapport van bevindingen onvoldoende bewijs leverde en dat de Transportverordening niet van toepassing was op het vangen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat het vangletsel was vastgesteld volgens een deugdelijke methode, waarbij het letsel ouder was dan de vangtijd en niet tijdens transport of slachtproces was ontstaan. De steekproef was representatief en de toezichthoudend dierenarts deskundig in het beoordelen van de letsels. Jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde deze methodiek.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over onvoldoende onderzoek en de toepasselijkheid van de Transportverordening. Ook het argument dat het inhuren van een gecertificeerd bedrijf de verantwoordelijkheid wegneemt, werd afgewezen. De boete werd terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de boete wegens overtreding van de Wet dieren wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.