ECLI:NL:CBB:2019:664
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor veroorzaken vangletsel bij kuikens door onzorgvuldig vangen
Op 12 oktober 2016 voerde de NVWA een inspectie uit bij een slachthuis waar kuikens werden aangevoerd. De toezichthouder constateerde bij postmortem-screening 3,2% vangletsel, bestaande uit ernstige bloedingen en fracturen, veroorzaakt door ruw vangen. Verweerder legde appellante, als pluimveehouder, een boete van €1.500,- op wegens het niet naleven van voorschriften voor dierenwelzijn.
Appellante stelde dat het vangen met de klassieke methode algemeen geaccepteerd is en dat zij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor letsel na het vangen. Ook voerde zij aan dat de steekproef niet representatief was en dat de tellingen onzorgvuldig waren uitgevoerd. Verweerder stelde dat appellante verantwoordelijk is voor de vangploeg en dat de tellingen zorgvuldig en volgens het werkvoorschrift zijn uitgevoerd.
Het College oordeelde dat de handhavingsnorm van 2% vangletsel niet onredelijk is en dat de toezichthouder de tellingen zorgvuldig heeft uitgevoerd. De conclusie dat het letsel door ruw vangen is ontstaan, werd niet betwist. Het College bevestigde dat appellante aansprakelijk is voor het niet naleven van dierenwelzijnsvoorschriften en dat de opgelegde boete proportioneel is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.500,- blijft gehandhaafd.