ECLI:NL:RBROT:2021:2383
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Bouter
- E.J. Rutten
- A.P. Monsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging precariobelasting aanslagen voor industriële gasleidingen in Rotterdam
Eiseres betwistte de door de gemeente Rotterdam opgelegde voorlopige aanslag precariobelasting 2017 en de aanslag 2018 voor industriële gasleidingen die zij exploiteert in de Rotterdamse haven. Zij stelde dat verweerder een begunstigend beleid toepast voor Gasunie door voor diens niet-industriële gasleidingen geen precariobelasting te heffen, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake is van gelijke gevallen, omdat eiseres alleen industriële leidingen heeft en Gasunie niet-industriële leidingen betreft. Daarnaast is de gunstigere behandeling van Gasunie gebaseerd op een overeenkomst uit 1969 en een vaststellingsovereenkomst uit 1997, waardoor de gemeente niet bevoegd is om precariobelasting te heffen voor die leidingen. Dit betreft geen begunstigend beleid maar een contractuele beperking van bevoegdheid.
Subsidiair stelde eiseres dat de tariefstelling in de verordeningen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank verwierp dit omdat de tarievenobjectief en redelijk zijn gemotiveerd door het gemeentelijk beleid om basisvoorzieningen zoals gas voor particulieren lager te belasten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslagen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen precariobelasting voor 2017 en 2018.