ECLI:NL:RBOBR:2026:4811
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikking wegens schending hoorplicht in bezwaarfase
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van een hotel en voert aan dat zij ten onrechte niet is gehoord tijdens de bezwaarfase. De heffingsambtenaar stelde dat er meerdere pogingen waren gedaan om een hoorzitting in te plannen, maar dat eiseres niet tijdig reageerde. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende heeft gedaan om de hoorzitting daadwerkelijk te laten plaatsvinden en dat de hoorplicht is geschonden.
De rechtbank wijst erop dat het uitblijven van een reactie niet zonder meer mag worden geïnterpreteerd als afstand van het recht om gehoord te worden. Omdat er verschil van mening bestaat over de feiten en waardering daarvan, is het horen van eiseres van belang. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de heffingsambtenaar om opnieuw uitspraak te doen na alsnog horen van eiseres.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn niet is overschreden. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €62,27, en het griffierecht van €385,- wordt aan eiseres vergoed. Nadere ingediende stukken vlak voor de zitting worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens schending van de hoorplicht en wijst het beroep toe met terugverwijzing naar de heffingsambtenaar.