Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [vestigingsplaats], eiseres
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
€ 385,- aan eiseres vergoeden en krijgt zij ook een vergoeding van haar proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting met een waarde per punt van
€ 934,- en een wegingsfactor 1).