ECLI:NL:RBOBR:2026:4767
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarden van vier appartementen in Eindhoven
Eiseres, eigenaar van vier appartementen in Eindhoven, betwist de vastgestelde WOZ-waarden voor het kalenderjaar 2025. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op respectievelijk €356.000, €389.000, €419.000 en €303.000 per appartement, onderbouwd met taxatierapporten die de vergelijkingsmethode toepasten.
De rechtbank constateert dat de gemachtigde van eiseres niet tijdig en duidelijk zijn beroepsgronden heeft geformuleerd, wat de goede procesorde schaadt. Een laat ingediend stuk over AI-gebruik wordt buiten beschouwing gelaten. Eiseres voert onder meer aan dat de waarden te hoog zijn, dat de transformatiestatus van de panden onvoldoende is meegewogen, en dat de uniform toegepaste kwalificaties en correctiefactoren onjuist zijn.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn. De taxaties zijn onderbouwd met passende vergelijkingsobjecten en correcties. De stellingen van eiseres zijn onvoldoende concreet en onderbouwd. Ook de bezwaren over de rioolheffing en opbrengstlimiet worden niet ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af, en kent geen schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden van de vier appartementen wordt ongegrond verklaard en de waarden blijven gehandhaafd.