Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 november 2021 in de zaak tussen
[naam sportclub] , te [plaatsnaam] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De objectafbakening
“asfaltverharding (…) ter plaatse van de fietsenstalling, aan de voorzijde van [de Kantine] en rondom het hoofdveld zodat het hoofdveld rondom per auto/ambulance bereikbaar is”.Mede gelet op de in het taxatierapport opgenomen foto’s van de verharding heeft de rechtbank geen aanleiding om aan de juistheid van deze omschrijving te twijfelen. Dit in aanmerking nemend, mist het standpunt van eiseres dat de verharding een parkeerterrein is dat door eenieder volgtijdig kan worden gebruikt, feitelijke grondslag. In het midden kan blijven of dit standpunt, zou het wel steun hebben gevonden in de feiten, van betekenis voor de objectafbakening zou zijn geweest.
“Als richtlijn voor de te hanteren prijs voor gebouwgebonden grond bij objecten rondom sport kan de gehanteerde prijs voor grond voor objecten met de bestemming bijzondere doeleinden worden aangehouden. Het betreft hier de grond onder en om opstallen, welke deel uitmaken van een sportcomplex (sportvelden) met grotere oppervlakte. Verenigingsgebouwen/clubhuizen zonder sportveld (zoals het clubhuis van postduivenhouders, biljarters, gymzalen etc.) beschikken over het algemeen over weinig grond.”
27 juni 2018’ waarin in de kolom ‘Grondprijs volgens grondbeleid’ voor het jaar 2018 een
Voor wat betreft de waarde van de gebouwgebonden grond is verweerder uitgegaan van 50% van de gemeentelijke gronduitgifteprijs voor gronden met bestemming maatschappelijke doeleinden in Venray. Deze bedraagt € 90,-. Ook dit is overeenkomstig de in de Taxatiewijzer Sport 2013 daarvoor gehanteerde richtlijnen.”
Gelet op het laatstgenoemde arrest rust in een geval als het onderhavige, waarin partijen het erover eens zijn dat de Taxatiewijzer als uitgangspunt wordt genomen, de bewijslast op de heffingsambtenaar om de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken waaruit volgt dat aanleiding bestaat voor een aanpassing van de op basis van de Taxatiewijzer gekozen uitgangspunten voor de technische afschrijving, te weten een verlenging van de geschatte levensduur van objectonderdelen en (daarmee) van het aantal gebruiksjaren waarin de conform de Taxatiewijzer geschatte restwaarden worden bereikt. De heffingsambtenaar heeft immers een verlenging toegepast van de aanvankelijk door hem op basis van de Taxatiewijzer geschatte levensduur, die bovendien buiten de in de Taxatiewijzer vermelde bandbreedte ligt. (…).”
€ 1.064,80 (8 uur ad € 110 per uur, inclusief btw). De totale vergoeding komt daarmee op
€ 4.076,80.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- stelt de waarde van de Kantine per waardepeildatum 1 januari 2018, voor het kalenderjaar 2019, vast op € 350.000 en vermindert de voor de Kantine opgelegde aanslagen in de voor dat jaar van eiseres als eigenaar en gebruiker geheven OZB overeenkomstig die waarde;
- stelt de waarde van de Sportvelden per waardepeildatum 1 januari 2018, voor het kalenderjaar 2019, vast op € 1.800.000 en vermindert de voor de Sportvelden opgelegde aanslag in de voor dat jaar van eiseres als gebruiker geheven OZB overeenkomstig die waarde;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van