Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 september 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser, een politieambtenaar met sinds 2007 vastgestelde PTSS, stelde verweerder aansprakelijk wegens schending van de zorgplicht en niet goed werkgeverschap. Verweerder had reeds in 2012 de PTSS als beroepsziekte erkend en het buitensporige karakter van de arbeidssituatie vastgesteld. In 2018 weigerde verweerder aansprakelijkheid voor restschade te erkennen, waarop eiser beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat de erkenning van buitensporigheid en het causaal verband met PTSS door verweerder onomstreden is. Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder zijn zorgplicht heeft geschonden. De rechtbank overweegt dat verweerder aantoonbaar voldoende nazorg en opvang heeft geboden, waaronder bedrijfsopvangteams, medische verwijzingen en begeleiding tijdens re-integratie.
Hoewel eiser een 'macho-cultuur' binnen zijn team en onvoldoende aandacht voor emotionele effecten aanvoert, is dit niet eenduidig vastgesteld en onvoldoende om schending van de zorgplicht aan te tonen. De rechtbank concludeert dat verweerder niet tekort is geschoten in zijn zorgplicht en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat verweerder de zorgplicht niet heeft geschonden.