ECLI:NL:CRVB:2014:2762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- J.J.A. Kooijman
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning aansprakelijkheid nekklachten rij-instructeur Defensie
Appellant, werkzaam als rij- en onderhoudsinstructeur militaire motorvoertuigen bij Defensie, klaagde sinds 1990 van chronische nekklachten en vroeg in 2007 erkenning van aansprakelijkheid voor deze klachten. De minister kende hem toen een invaliditeitspensioen toe vanwege een aandoening van de halswervelkolom die verband hield met de militaire dienst, maar wees later het verzoek om aansprakelijkheid af op basis van medisch advies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat er een causaal verband bestond tussen zijn werkzaamheden en de nekklachten. Appellant stelde in hoger beroep dat het eerdere besluit van 2007 dit verband al vaststelde en dat zijn werkzaamheden een verhoogd risico op nekklachten vormden, en dat de minister zijn zorgplicht had geschonden.
De Raad oordeelde dat het eerdere besluit formeel rechtskracht heeft maar geen feitelijke binding voor andere rechtsbetrekkingen inhoudt. Verder concludeerde de Raad dat appellant onvoldoende feiten en omstandigheden had aangedragen om het causaal verband aannemelijk te maken, mede gelet op de medische adviezen die het verband ontkrachten.
Daarom is het verzoek om aansprakelijkheid terecht afgewezen en is het beroep ongegrond verklaard. De zorgplichtkwestie behoeft geen nadere bespreking. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om erkenning van aansprakelijkheid voor nekklachten is terecht afgewezen wegens ontbreken van causaal verband.