Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 juli 2018 in de zaken tussen
[bedrijf 1] , te [vestigingsplaats] , eiseres 1BV [bedrijf 2] , te [vestigingsplaats] , eiseres 2
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder
Procesverloop
Tevens is aan partijen een afschrift van het proces-verbaal van de zitting van 17 januari 2017 toegezonden
Overwegingen
“Indien sprake is van een incourante onroerende zaak die in de commerciële sfeer wordt gebezigd, kan de gecorrigeerde vervangingswaarde niet hoger worden gesteld dan de bedrijfswaarde. (…) Waardering op de bedrijfswaarde is passend indien de waarde van een zaak voor de eigenaar uitsluitend wordt bepaald door de mogelijkheid ervan bij te dragen aan de winst. In overeenstemming daarmee moet worden aangenomen dat van bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken zoals bedoeld in 3.3.1 slechts sprake is indien de exploitatie van die zaken geschiedt met het uitsluitende doel daarmee winst te behalen.”
Proceskostenvergoeding en griffierechten
Beslissing
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres 1 tot een bedrag van € 3.518,34;
- veroordeelt verweerder tot schadevergoeding van € 264,70;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot schadevergoeding van € 485,29.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres 2 tot een bedrag van € 3.518,34;
- veroordeelt verweerder tot schadevergoeding van € 264,70;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot schadevergoeding van € 485,29.