Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juli 2025 in de zaken tussen
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: de staatssecretaris van Defensie, te Den Haag, vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 18 juli 2025 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijk geschil tussen diverse milieuorganisaties en de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de verleende natuurvergunning voor militaire activiteiten op vliegbasis Leeuwarden.
Eiseressen stelden dat de referentiesituatie onjuist was vastgesteld en dat de passende beoordeling (PB) niet voldeed aan wettelijke eisen, mede vanwege het ontbreken van inzage in geclassificeerde gegevens over stikstofemissies. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende kennis had genomen van deze gegevens, waardoor de beoordeling onvolledig en onvoldoende gemotiveerd was. Ook werd het additionaliteitsvereiste bij intern salderen niet getoetst.
Daarnaast werden diverse andere bezwaren besproken, waaronder de afbakening van het effectgebied, het buiten beschouwing laten van stiltegebieden, en de beoordeling van stoffen als SO2 en CO2. De rechtbank vond dat verweerder op meerdere punten tekort was geschoten, onder meer door onvoldoende onderbouwing en het niet naleven van de vergewisplicht. De Aerius-calculator werd erkend als wettelijk rekeninstrument, maar verweerder had de nieuwste versie niet tijdig toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuwe beslissing binnen 26 weken, met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Proceskosten werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen 26 weken opnieuw te beslissen op de aanvraag om natuurvergunning.