De rechtbank Noord-Holland heeft op 3 april 2023 uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres, een BV, en het UWV over de loonsanctie opgelegd aan eiseres voor het niet verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen ten aanzien van werknemer.
Het UWV had in primaire besluiten van januari en mei 2020 bepaald dat eiseres het loon van werknemer moest doorbetalen en de duur van de loonsanctie niet verkort mocht worden. Eiseres stelde dat zij voldoende re-integratie-inspanningen had verricht en dat het advies van de bedrijfsarts, die werknemer nauwgezet had gevolgd, leidend moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom werknemer wel kon re-integreren, mede omdat de medische situatie van werknemer volgens verzekeringsartsen sinds medio 2019 gelijk was gebleven. De bedrijfsarts had meerdere keren contact met werknemer en concludeerde dat werknemer marginaal belastbaar was met invaliderende pijnklachten.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat een werkgever het risico draagt van een achteraf onjuist advies van een bedrijfsarts, maar nuanceerde dit met het oog op het belastende karakter van loonsancties. In dit geval waren er geen redenen voor eiseres om aan het bedrijfsartsadvies te twijfelen. Daarom vernietigde de rechtbank de bestreden besluiten en herroept de primaire besluiten van het UWV. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.