ECLI:NL:RBNHO:2020:9052
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep navorderingsaanslag en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2012. De Belastingdienst heeft de navorderingsaanslag opgelegd en gehandhaafd bij bezwaar, maar heeft deze later vernietigd, waardoor het belang van het beroep is komen te vervallen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Eiseres vordert daarnaast vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de termijn tussen ontvangst van het bezwaarschrift op 14 november 2017 en de uitspraak van de rechtbank op 8 september 2020 meer dan twee jaar bedraagt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een langere termijn rechtvaardigen. De overschrijding wordt vastgesteld op circa tien maanden, waarvoor een vergoeding van €1.000 wordt toegekend.
Verder veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €1.047, en draagt zij op het betaalde griffierecht van €47 te vergoeden. De rechtbank wijst een verzoek om een hogere wegingsfactor voor de proceskosten af, omdat de zaak niet complexer of van groter belang was dan gemiddeld.
De uitspraak is gedaan door rechter G.H. de Soeten op 8 september 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.000 immateriële schade en €1.047 proceskosten.