ECLI:NL:RBMNE:2025:1923
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering en weigering WIA-uitkering na zorgvuldige toetsing
Eiseres werkte tot haar ziekmelding in april 2022 en ontving daarna een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 9 april 2024, omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Eiseres betwistte dit en stelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar psychische problematiek en dat zij het voornemen tot beëindiging niet had ontvangen, waardoor zij geen zienswijze kon geven.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en adequaat was, waarbij ook rekening is gehouden met depressieve klachten en beperkingen. De arbeidsdeskundige beoordeling is eveneens voldoende gemotiveerd en sluit aan bij de vastgestelde beperkingen. Wel is vastgesteld dat het UWV het voornemen niet aannemelijk heeft verzonden, waardoor de uitlooptermijn niet juist is aangezegd.
De rechtbank vernietigt daarom het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering per 9 april 2024 en stelt deze datum vast op 17 april 2024, de maximale duur van 104 weken. Ten aanzien van de WIA-uitkering oordeelt de rechtbank dat het UWV onterecht geen zelfstandige beoordeling heeft verricht over het vervullen van de wachttijd, maar laat de rechtsgevolgen van de weigering in stand omdat de medische beoordeling eenzelfde uitkomst rechtvaardigt.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter Rijlaarsdam op 22 april 2025.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering wordt verlengd tot 17 april 2024; de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.