4.4.3.Loon werknemers/uitzendkrachten
Op basis van de administratie van [belanghebbende] B.V. kunnen wij geen uitspraak doen over de volledigheid van de aangegeven lonen van de uitzendkrachten.
Zowel de loonadministratie als de financiële administratie vertoont zodanige gebreken dat zij niet als basis voor de in te dienen aangiften kunnen dienen;
- In 2017 waren er werknemers in loondienst waarvoor ten onrechte geen loon is aangegeven;
- Er wordt loon uitbetaald aan personen die niet in de loonadministratie/loonaangifte voorkomen;
- De wekelijkse urenoverzichten, die als basis dienen voor de loonadministratie, worden achteraf aangepast (uren wegstrepen tegen verrekening van bijvoorbeeld huur);
- Er is sprake van contante geldopnames, het contant uitbetalen van lonen terwijl een deugdelijke kasadministratie ontbreekt;
- Er worden kosten op onlogische grootboekrekeningen geboekt (voorbeeld: beursdeelname/promotie);
- De data op de verkoopfacturen lopen veelal door elkaar (in die zin dat een verkoopfactuur met - een hoger nummer blijkbaar eerder is aangemaakt dan een verkoopfactuur met een lager nummer);
- Aan veel verkoopfacturen is niet af te leiden welke werknemers hebben gewerkt, hoeveel uren per persoon en het in rekening gebrachte tarief per uur.
- Van diverse werknemers ontbreekt een kopie van een geldig identiteitsbewijs / ondertekend formulier met gegevens voor de loonheffingen;
- Enzovoort. Voor een nadere beschrijving van de gebreken verwijzen wij naar de hoofdstukken "Administratie" en "Loonadministratie", eerder in dit rapport.
Wij hebben daarom de aan te geven brutolonen vastgesteld op 60% van de door [belanghebbende] B.V. aangegeven omzet. Bij deze schatting hebben wij ons gebaseerd op de volgende overwegingen:
1) Branchegegevens uitzendondernemingen
Uit branchegegevens blijkt dat de verhouding brutoloon/omzet bij uitzendbedrijven veelal ruim 60% bedraagt. Wij hebben van een aantal wat kleinere uitzendbureau's in de regio [regio] de verhouding beoordeeld en komen tot de conclusie dat 60% wellicht nog wat aan de lage kant is. In het voordeel van [belanghebbende] B.V. rekenen wij toch met 60%.
2) Verhouding minimum uurloon / uurprijs opdrachtgevers 2018
Uit de verkoopfacturen van [belanghebbende] B.V. blijkt dat [belanghebbende] B.V. aan de belangrijkste opdrachtgevers de volgende tarieven (ex btw) in rekening brengt:
- [naam bedrijf 1] € 16,95 per uur
- [naam bedrijf 2] € 18,00 per uur
- [naam bedrijf 3] € 18,00 per uur (met incidentele afwijkingen zowel naar
boven als naar beneden)
Het minimum bruto uurloon van 2018 bedroeg € 9,16 (minimum maandloon voor werknemers van 22 jaar en ouder € 1.595 / 21,75 / 8). Daarbij komt 8% vakantietoeslag, 10,43% toeslag vakantiedagen, 3,04% feestdagentoeslag en 0,60% toeslag kort verzuim (gerekend met de NBBU percentages). Dat resulteert in een minimum bruto uurloon van
€ 9,16 plus 22,07% is € 11,18. De verhouding bruto uurloon / uurtarief ligt dan tussen de 62% (uitgaande van een tarief van € 18,00 per uur) en 66% (uitgaande van het tarief van
€ 16,95 per uur). Overigens betaalt [belanghebbende] B.V. in 2018 een netto uurloon van
€ 10,00 wat, afhankelijk van het aantal gewerkte uren, aan de hoge kant is in relatie met het hierboven becijferde bruto uurloon.
3) Aantal gewerkte uren 2018
Uit de urenbriefjes van [belanghebbende] B.V. van het jaar 2018 leiden wij af dat het aantal te verlonen uren in 2018 door [belanghebbende] B.V. minimaal 22.355,85 bedraagt. Uitgaande van een gemiddeld bruto uurloon van € 13,00 (bij netto € 10 per uur) zou [belanghebbende] B.V. over 2018 € 290.626 aan brutoloon LH moeten aangeven. Dat komt redelijk overeen met de verhouding van 60% loon/omzet zoals wij die hanteren (want: brutoloon € 290.626 / omzet
€ 512.834 is 57% en het aantal geregistreerde uren lijkt naar beneden te zijn aangepast (zie de opmerkingen daarover eerder in dit rapport).
(…)
In het geval van [belanghebbende] B.V. zou een hogere verhouding loon/omzet kunnen worden aangenomen gezien de aard van deze onderneming (nagenoeg geen "overhead"). Aan de andere kant zou een wat lagere verhouding kunnen worden aangenomen als rekening wordt gehouden met deels inleen ([naam bedrijf 4]) en een relatief zeer gering deel van de omzet behaald met andere activiteiten dan uitzenden van personeel. Per saldo zijn wij van mening dat een verhouding brutoloon LH/omzet van 60% dan een juiste inschatting is.
Bij de aan te brengen correctie hebben wij gerekend met een tarief van 52% voor de loonheffing. Het is ons niet bekend, en uit de administratie ook niet te herleiden, aan wie het extra loon uitbetaald is. In het jaar 2017 is zelfs in het geheel (met uitzondering van een gering bedrag in de maand juli 2017) geen loon aangegeven door [belanghebbende] B.V.
Ook is niet van alle in de loonadministratie opgenomen werknemers een kopie van een geldig identiteitsbewijs aangetroffen en is niet van iedere werknemer een formulier gegevens voor de loonheffingen aangetroffen.
Over de hele correctie rekenen we daarom met 52% voor de loonheffing.
Bovenstaande leidt tot de volgende correctieberekening:
Dit leidt tot naheffing over de volgende bedragen:
Zie tevens het hoofdstuk 6.2 Correcties loonheffingen, verderop in dit rapport.
Tijdens de eindbespreking op 17 oktober 2023 gaf de heer [persoon D] aan dat hij het niet eens is met de bovenstaande correcties. Hij verwijst naar "het zeer gedetailleerde FIOD rapport" waarbij volgens de FIOD de volgende uren niet zijn verloond:
2017 3.260 uur
2018 2.094 uur
2019 1.928 uur
De heer [persoon D] geeft aan dat deze uren niet in overeenstemming zijn met de door ons opgelegde naheffingsaanslagen.
Wij zijn van mening dat wij onze correcties, die gebaseerd zijn op de omzet volgens de administratie van [belanghebbende] B.V., voldoende hebben onderbouwd. Daarnaast wijzen wij er op dat de FIOD een
minimaalnadeel noemt. Dit blijkt ook uit het deel van het FIOD rapport dat de heer [persoon D] zelf op 12 oktober 2023, heeft meegestuurd als reactie op het conceptrapport. Op basis hiervan is er voor ons geen reden om de correcties te wijzigen zoals opgenomen in het conceptrapport.
(…)