Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 17 april 2026
[belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , uit [plaats 1] , belanghebbenden,
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Zwolle, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
heleterrein.
herzieningvan het bestemmingsplan te doorlopen. Echter op basis van de door u aangeleverde informatie, achten wij uw initiatief (op de betreffende locatie)
niet kansrijkom medewerking aan te verlenen. Aangezien er destijds medewerking aan het initiatief is verleend vanwege het bijzondere concept; het ruitersportcentrum in combinatie met de woningen.
vooroverleg bestemmingsplanindient. Bij het indienen van een dergelijk verzoek is het essentieel dat u de aanvraag zo volledig mogelijk toestuurt. Graag zien wij een complete beschrijving van uw verzoek.(…)”
- in de onderneming geld is gereserveerd voor projectontwikkeling;
- een rijksgebouw in 2019 zou vrijkomen, maar dat dit nog niet is gebeurd;
- (andere) grond is aangekocht voor de realisatie van 17 woningen, welke aankoop is gefinancierd met bedrijfsgeld;
- diverse andere kosten ten behoeve van het project zijn gemaakt;
- instemming van de inspecteur wordt gevraagd dat het gaat om bedrijfsmatig handelen.
Beoordeling door de rechtbank
- Kan de effectenportefeuille als ondernemingsvermogen, subsidiair resultaatsvermogen, worden aangemerkt, omdat deze middelen waren geoormerkt voor de financiering van de projecten [bouwproject 1] en [bouwproject 2] die als bron van inkomen kwalificeren, namelijk winst uit onderneming, subsidiair resultaat uit overige werkzaamheden?
- Kwalificeert het beheer van de effectenportefeuille op zichzelf als bron van inkomen?
- Vormt de effectenportefeuille in 2020 ondernemings- of resultaatsvermogen van De Boekhouder?
.
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
- er moet worden deelgenomen aan het economische verkeer;
- er moet sprake zijn van het (subjectieve) oogmerk om een voordeel te behalen;
- er moet sprake zijn van de (objectieve) verwachting dat het voordeel redelijkerwijs kan worden behaald.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep met betrekking tot de aanslag Zvw 2020 (24/7309) niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen met betrekking tot de aanslagen IB/PVV 2020 (24/7306 en 24/7308) gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2020 in zaak 24/7306 tot een bedrag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 68.770 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2020 in zaak 24/7308 tot een bedrag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 36.114 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil;
- vermindert de belastingrentebeschikkingen dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbenden betaalde griffierecht van € 102 vergoedt.