3.6.Uit hun onderzoeksbevindingen hebben de rapporteurs geconcludeerd dat niet kon worden vastgesteld hoeveel personen woonachtig zijn op het uitkeringsadres en dat het recht op bijstand vanaf 26 maart 2024 niet kan worden vastgesteld. Daarom moet het recht op bijstand van eiseres worden beëindigd. Vervolgens is het college overgegaan tot de bestreden besluitvorming.
Wat vindt het college?4. Het college heeft – samengevat – het volgende aan de intrekking en beëindiging van het recht op bijstand van eiseres en de terugvordering van de te veel betaalde bijstand ten grondslag gelegd. Volgens het college is de anonieme melding voldoende aanleiding voor een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Het college mag dit doen op grond van artikel 53a van de Pw.
Volgens het college was er wel een redelijke grond voor het huisbezoek. Uit het rapport van de medewerkers blijkt dat het waterverbruik over de periode van 2 maart 2022 tot 8 maart 2023 92 m3 is. Het waterverbruik over de periode van 8 maart 2023 tot 15 maart 2024 is 87 m3. Volgens het Nibud is het jaarverbruik van een tweepersoonshuishouden gemiddeld 95 m3. Eiseres zit met haar waterverbruik dichter bij het gemiddelde van een tweepersoonshuishouden dan van een eenpersoonshuishouden. Ook zijn er in de periode van 12 februari 2024 tot en met 16 februari 2024 en de periode van 12 maart 2024 tot en met 28 maart 2024 op verschillende dagen waarnemingen verricht bij de woning van eiseres. Bij elf van de zeventien waarnemingen is gezien dat de auto van de dochter van eiseres ([dochter 1]) nabij de woning van eiseres geparkeerd stond. De verklaring van eiseres komt niet overeen met het hoge waterverbruik. Bovendien heeft zij tijdens het gesprek aangegeven dat [dochter 1] om 8.00 uur langskomt. Volgens het waarnemingsjournaal stond de auto van [dochter 1] al ruim voor die tijd bij de woning van eiseres geparkeerd. Ook heeft eiseres tijdens het gesprek onvoldoende duidelijkheid gegeven over haar woon- en leefsituatie. Omdat er na het gesprek met eiseres nog geen helder beeld was over haar woon- en leefsituatie hebben de medewerkers aangegeven dat zij een huisbezoek op het uitkeringsadres wilden afleggen. Eiseres was niet bereid mee te werken aan het huisbezoek. Uit het gespreksverslag blijkt nadrukkelijk dat eiseres geen toestemming wilde verlenen, omdat zij eerst boodschappen wilde gaan doen. Ook blijkt uit dit verslag dat de medewerkers eiseres herhaaldelijk hebben meegedeeld dat het niet meewerken gevolgen kan hebben voor haar recht op bijstand. Desondanks heeft eiseres geweigerd daaraan mee te werken. Daarna is zij in de gelegenheid gesteld de verklaring door te lezen en te ondertekenen. Eiseres wilde daarvan geen gebruik maken.
In het gespreksverslag staat dat eiseres bevestigend heeft geantwoord op de vraag of zij de Nederlandse taal voldoende spreekt. Ook hebben de medewerkers te kennen gegeven dat eiseres het aan kan geven als zij iets niet begrijpt. Eiseres heeft tijdens het gesprek niet gezegd dat zij de gestelde vragen niet begreep. Bovendien waren het vrij eenvoudige en relevante vragen over haar woon- en leefsituatie. Uit het gespreksverslag blijkt ook dat eiseres pas aan het eind van het gesprek haar telefoon in haar hand hield en toen door de medewerkers verzocht werd deze weg te leggen. Uit navraag bij de medewerker blijkt dat eiseres op haar telefoon aan het typen was, nadat de medewerker kenbaar had gemaakt een huisbezoek te willen afleggen. Ook geeft de medewerker aan dat eiseres niet heeft aangegeven dat zij hulp nodig had en dat dit anders wel in het verslag zou zijn vermeld. Volgens het gespreksverslag hebben de medewerkers eiseres duidelijk uitgelegd waarom zij een huisbezoek wilden afleggen. Ook hebben zij haar verzocht mee te werken aan het huisbezoek en hebben zij uitgelegd wat het gevolg zou zijn van het niet direct meewerken aan het huisbezoek. Volgens het verslag heeft eiseres verklaard dat zij dit heeft begrepen. Verder heeft eiseres verklaard dat zij niet meewerkt, omdat zij eerst boodschappen wilde gaan doen. Uit het gespreksverslag blijkt ook dat eiseres zich wel realiseerde wat er van haar werd verwacht en er geen sprake is van miscommunicatie. Zij heeft er desondanks voor gekozen om niet aan het huisbezoek mee te werken. Voor het college is het belangrijk om onmiddellijk een huisbezoek af te leggen om een opgegeven woonsituatie te verifiëren, omdat anders de mogelijkheid bestaat dat in die woonsituatie tussentijds een wijziging wordt aangebracht. Dan is dit controlemiddel veel minder effectief. Als een belanghebbende een huisbezoek weigert, hoeft het college daarom geen tweede poging te doen om een huisbezoek af te leggen. De medewerkers hebben daarom terecht geweigerd in te gaan op het aanbod van eiseres in de middag een huisbezoek af te leggen. Dat eiseres eerst bij de opticien langs wilde, zoals in bezwaar wordt gesteld, is geen zeer dringende reden om onmiddellijke uitvoering van het huisbezoek te weigeren.
Gelet op de verklaring van eiseres over haar woonsituatie in samenhang met het hoge waterverbruik en de waarnemingen was er voldoende aanleiding een huisbezoek af te leggen. Doordat eiseres geweigerd heeft om medewerking te verlenen aan het huisbezoek, heeft zij de medewerkingsplicht geschonden. Hierdoor heeft het college het recht op bijstand niet kunnen vaststellen.
4. Eiseres is het niet eens met de intrekking, beëindiging en terugvordering en voert daartegen – samengevat – het volgende aan. Als grondslag voor de intrekking wordt schending van de medewerkingsverplichting genoemd. Dit betreft niet de juiste grondslag. Als dit inderdaad de grondslag betreft dan mist namelijk in dit geval de opschorting voorafgaand aan de intrekking.
Indien (al dan niet subsidiair) de grondslag van het bestreden besluit moet worden begrepen als schending van de inlichtingenverplichting, dan voert eiseres aan dat zij op het moment van ‘weigeren’ van het huisbezoek niets op te helderen had. Er was namelijk onvoldoende aanleiding voor twijfel aan haar woonsituatie op basis van de bewijsstukken in het dossier, terwijl de bewijslast daarvan bij het college ligt.
Er bestaat dus onvoldoende feitelijke grondslag voor het standpunt dat eiseres onvoldoende heeft ‘meegewerkt’ tijdens het gesprek op 26 maart 2024 en dat zij een huisbezoek zou hebben geweigerd. Zij heeft gewoon niet goed begrepen wat precies de bedoeling was en dacht dat ze eerst nog wel naar de opticien kon. Dit had voorkomen kunnen worden door eiseres eerst te laten bellen met haar dochter en haar te laten vertalen, maar dit mocht niet van de betrokken medewerkers. Dat zij de stukken niet had meegenomen kan geen grond zijn voor intrekking, omdat die dezelfde dag alsnog zijn aangeboden, maar de ontvangst is geweigerd. Verder is het antwoord op de vraag of zij het Nederlands voldoende beheerst om het gesprek te voeren niet zaligmakend in die zin dat iemand best wat Nederlands kan verstaan, maar mogelijk niet alles. De medewerkers hadden daar alert op moeten zijn.
Volgens het bestreden besluit is het waterverbruik relevant geweest voor twijfel aan de woonsituatie, maar eiseres stelt daartegenover dat dit duidt op een huishouden van één à twee personen, dus niet overduidelijk twee of meer. Bovendien laat het college haar stroom- en gasverbruik buiten beschouwing, terwijl dit verbruik juist duidt op bewoning van één persoon (of zelfs minder dan dat). Voor uitleg over de waarnemingen van de auto van [dochter 1] verwijst eiseres naar het aanvullend bezwaarschrift. Ten slotte voert zij in dit verband aan dat een anonieme tip als bewijswaarde nihil is. Voor het huisbezoek bestond dus geen redelijke grond. Dit alles levert een onrechtmatigheid op, omdat de feitelijke grondslag voor intrekking te beperkt is. Bovendien was geen sprake van informed consent als bedoeld in de vaste rechtspraak daarover. Naast het gebrek in de feitelijke grondslag, levert dit ook een zorgvuldigheidsgebrek op.
Wat vindt de rechtbank?
Toetsingskader
5. De rechtbank stelt voorop dat het besluit tot intrekking van bijstand een voor een belanghebbende belastend besluit is. Daarom rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan in beginsel op de bijstandsverlenende instantie. Dit betekent dat de bijstandsverlenende instantie de nodige kennis over de relevante feiten moet verzamelen.