Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
4. Beoordeling (steun)bewijs
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een vordering van de bewindvoerder van een slachtoffer van seksueel misbruik door zijn pleegvader, waarbij de Jeugdbeschermingsinstelling (JBG) aansprakelijk wordt gesteld voor tekortschieten in zorg en onrechtmatig handelen.
De rechtbank stelt vast dat het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden en onherroepelijk is vastgesteld in strafrechtelijke procedures. JBG erkent tekort te zijn geschoten, maar voert verjaring en finale kwijting aan als verweer. De verjaringstermijn van vijf jaar is volgens de rechtbank pas gaan lopen na de strafrechtelijke veroordeling in december 2010, en is daarna door aansprakelijkstellingen en correspondentie gestuit.
De kern van het geschil is of de vorderingen onder de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst van 2017 vallen. De rechtbank oordeelt dat de finale kwijting ruim is geformuleerd en ook de verwijten van onjuiste dossiervorming, nalaten van slachtofferzorg en onderzoek omvat. Hierdoor kan de rechtbank niet inhoudelijk op de vordering ingaan.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten. Dit betekent dat ondanks erkenning van tekortkomingen door JBG geen aanvullende schadevergoeding wordt toegekend vanwege de finale kwijtingsovereenkomst.
Uitkomst: De vordering tot aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen wegens verjaring en finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst.