Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiser 1], te [woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Heeft verweerder terecht en, zo ja, tot niet te hoge bedragen vergrijpboetes opgelegd?
- Heeft eiser recht op een dwangsom bij niet tijdig beslissen?
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- handhaaft de navorderingsaanslagen, de beschikkingen heffingsrente en de beschikkingen belastingrente;
- vermindert de boetes tot de navolgende bedragen: € 3.645 (2007), € 3.743 (2008), € 11.472 (2009), € 11.475 (2010), € 11.402 (2011), € 10.046 (2012), € 11.368 (2013), € 11.383 (2014), € 11.590 (2015), € 10.577 (2016) en € 14.583 (2017);
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op een bedrag van € 1.442;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.542;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 49 aan eiser te vergoeden.