Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[X] , te [Q] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Am 3. Oktober 2011 wurde [bedrijf H] S.à r.l. schiesslich die Eigenschaft als
Schiffsausrüster aberkannt.
(…)
Damit keine Versicherungslücke für die Arbeitnehmer entsteht werden wir vorläufig die
bestehenden Versicherungen aufrechterhalten und sie erst nach Ihrer Stellungnahme oder bei
festgestellten Verstössen rückwirkend zum 3. Oktober 2011 kündigen.”
“Hierbij deel ik u mede, dat uw cliënt (…) binnenkort een definitieve aanslag inkomstenbelasting / premieheffing volksverzekeringen 2011 kan verwachten.
Per abuis is de aangifte inkomstenbelasting / premieheffing volksverzekeringen 2011 van uw cliënt niet door het team van Rijnvarendenspecialisten behandeld, maar door het computersysteem geautomatiseerd is afgedaan.
Er bestaat bij het Rijnvarendenteam thans twijfel of de aan uw cliënt opgelegde definitieve aanslag inkomstenbelasting / premieheffing volksverzekeringen 2011 juist is. In dit kader zal in de aangifte inkomstenbelasting / premieheffing volksverzekeringen 2011 alsnog onderzoeken.
Mocht uit dit onderzoek blijken, dat de aangifte en dus ook de aanslag onjuist is, zal ik deze onjuistheid eventueel via een navorderingsaanslag inkomstenbelasting /premieheffing volksverzekeringen 2011 [bedrijf C] q. een ambtshalve vermindering inkomstenbelasting /premieheffing volksverzekeringen 2011 herstellen.
Voor deze omissie van mijn dienst bied ik u mijn welgemeende excuses aan.
Bijgaand doe ik u de vragenbrief betreffende de aangifte inkomstenbelasting / premieheffing volksverzekeringen 2011 toekomen. Indien de vragen uit bijgevoegde vragenbrief niet beantwoord worden en de desbetreffende gevraagde bescheiden niet worden overgelegd, zal ik een navorderingsaanslag moeten opleggen, daar dan niet gebleken is, dat uw cliënt recht heeft op een vrijstelling van premies volksverzekeringen.
(…).”
hof ‘s Hertogenbosch [2] leiden niet tot een ander oordeel, onder meer omdat in deze zaak - anders dan in de zaken die ten grondslag lagen aan de beslissing van het hof - ten aanzien van eiser geen zogenoemde A1 verklaring is afgegeven.
[bedrijf C] als exploitant
Onzorgvuldige voorbereiding
“Ik stel u voor de beslistermijn op uw bezwaarschrift te verlengen met de periode welke ligt
tussen de beslisdatum van artikel 7:10, lid 3, Awb, zijnde 06-06-2014, en de datum waarop ik
uitspraak doe op uw bezwaarschrift.”
Beslissing
mr. J.J. Westerbaan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J.P. Wientjens, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;