ECLI:NL:RBGEL:2019:3743
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor speurhondengeleider na ongeval met diensthond
Verzoekster, werkzaam als speurhondengeleider bij de Belastingdienst Douane Schiphol Cargo, liep op 15 februari 2016 tijdens een oefening met haar diensthond een dubbele neusfractuur op doordat de hond onverwacht omhoog sprong en haar in het gezicht raakte.
Zij vorderde schadevergoeding van de Staatssecretaris van Financiën, stellende dat deze aansprakelijk was wegens schending van de zorgplicht en op grond van artikel 69 van Pro het ARAR en de artikelen 6:179 en 6:181 BW. Verweerder betwistte aansprakelijkheid en stelde dat het ongeval een ongelukkige samenloop van omstandigheden betrof.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn zorgplicht niet had geschonden, maar als bedrijfsmatig bezitter van de hond aansprakelijk was op grond van de genoemde artikelen uit het BW. De rechtbank wees een immateriële schadevergoeding van €3.000 toe wegens de blijvende klachten van verzoekster en veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten en het griffierecht.
De overige gevorderde materiële schadeposten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of causaal verband. De uitspraak benadrukt de discretionaire bevoegdheid van de minister tot billijke schadeloosstelling en sluit aan bij vaste rechtspraak over aansprakelijkheid voor dieren en zorgplicht van werkgevers.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €3.000,- plus wettelijke rente voor het ongeval met de diensthond.