ECLI:NL:CRVB:2006:AU9654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na dienstongeval penitentiair inrichtingswerker
Appellant, een penitentiair inrichtingswerker sinds 1986, raakte op 5 januari 1998 ernstig ziek door het drinken van koffie waarin een gedetineerde amfetamine had gemengd. Hij ontwikkelde een posttraumatische stress-stoornis en kon zijn werkzaamheden niet hervatten. Hij verzocht de Minister van Justitie om vergoeding van materiële en immateriële schade, maar dit verzoek werd afgewezen.
De Raad overwoog dat het incident zich voordeed tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden, maar dat de Minister zijn zorgplicht niet had geschonden. Preventieve maatregelen zoals fouillering en celinspecties waren getroffen en het halfopen regime van de inrichting, gericht op resocialisatie, maakt volledige uitsluiting van risico's onmogelijk. De Raad vond dat de Minister niet nalatig was in het treffen van maatregelen om het incident te voorkomen.
Verder stelde de Raad vast dat de schade niet onder de bepalingen van het Algemeen Rijksambtenarenreglement valt en dat de rechter niet kan treden in de inhoud van deze rechtspositieregeling. Een aanspraak op vergoeding van schade die voor rekening van de ambtenaar blijft, bestaat niet. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de Minister van Justitie hoeft geen schadevergoeding te betalen.