Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 3 mei 2019
[X] , te [Z] , België, eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
- of de vereiste aangifte is gedaan;
- of de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard;
- of de bijtelling vanwege privé gebruik van ter beschikking gestelde auto’s en het gebruikelijk loon terecht en tot de juiste bedragen in aanmerking zijn genomen;
- of eiser in het jaar 2013 terecht een verlies uit terbeschikkingstelling in zijn aangifte heeft opgenomen.
- of eiser zakelijk heeft gehandeld bij het ter beschikking stellen van een onroerende zaak aan één van de vennootschappen waarvan hij dga is;
- of de geldstromen tussen eiser en zijn vennootschappen leiden tot het in aanmerking nemen van uitdeling;
- of sprake is van détournement de pouvoir.
Uitdelingen – rekening-courantverhoudingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond voor zover deze zijn gericht tegen de uitspraken op bezwaar;
- verklaart het beroep gegrond voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het verzoek om toekenning van een dwangsom;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 1.260 verschuldigd is;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 256;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 46 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;