ECLI:NL:RBGEL:2013:CA1888
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en bewijsgebruik in belastingzaak over buitenlandse bankrekening
De rechtbank Gelderland behandelde meerdere beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1997 tot en met 2008, opgelegd aan de erven van een overleden belastingplichtige. Centraal stond de vraag of de aanslagen terecht waren opgelegd op basis van informatie van een tipgever over een buitenlandse bankrekening bij Rabobank Luxembourg.
De rechtbank concludeerde dat de aanslagen niet in strijd waren met het evenredigheidsbeginsel en dat de verlengde navorderingstermijn correct was toegepast. De identificatie van de rekeninghouder was aannemelijk gemaakt door ambtsedige verklaringen. De rechtbank oordeelde dat het bewijs rechtmatig was verkregen, omdat de tipgever uit eigen beweging informatie aan de FIOD-ECD had verstrekt en de Belastingdienst dit niet had geïnitieerd of gefaciliteerd.
Verder werd geoordeeld dat de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht waren toegepast op grond van artikel 47 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, ondanks het ontbreken van een informatiebeschikking in de bezwaarprocedure. De rechtbank wees het beroep af omdat de belastingplichtige niet had voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende had gemotiveerd dat de aanslagen onjuist waren. De beroepen tegen de heffingsrente werden eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen en boetes worden ongegrond verklaard.