ECLI:NL:RBDHA:2026:2125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen herziening AOW-uitkering ondanks alleenstaande ouderenkorting belastingdienst
Eiser verzocht om herziening van besluiten waarbij zijn en de AOW-uitkering van zijn overleden partner waren aangepast naar de gehuwdennorm na het aangaan van een geregistreerd partnerschap. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af, stellende dat niet was gebleken dat zij duurzaam gescheiden leefden. Eiser stelde dat de Belastingdienst aan zijn partner een alleenstaande ouderenkorting had toegekend, wat volgens hem een nieuw feit was dat herziening rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van duurzaam gescheiden leven voor de AOW aan andere wettelijke criteria is gebonden dan de belastingwetgeving, waardoor de alleenstaande ouderenkorting niet relevant is voor de AOW-aanspraken. Ook de uitspraak van de belastingrechter was niet van toepassing op de AOW.
Verder concludeerde de rechtbank dat de besluiten van de Svb bevoegd waren genomen, mede gelet op het overgelegde mandaatbesluit. De inhoudelijke argumenten van eiser over het feitelijk samenleven werden onvoldoende geacht om de besluiten onmiskenbaar onjuist te verklaren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot herziening van de AOW-uitkeringen wordt ongegrond verklaard.