ECLI:NL:CRVB:2018:1093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven van echtgenoten
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds december 2012 na scheiding van tafel en bed van haar echtgenoot. Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal trok de bijstand in per 6 december 2012 omdat zij oordeelden dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, wat een vereiste is voor het recht op bijstand volgens de Participatiewet.
Het fraudeteam van de gemeente voerde een uitgebreid onderzoek uit, inclusief dossieronderzoek, waarnemingen bij het uitkeringsadres, getuigenverklaringen van buurtbewoners en medewerkers van de woningbouwvereniging, en verhoren van appellante en haar echtgenoot. Uit deze feiten bleek dat de echtgenoot vaak op het uitkeringsadres verbleef, zelfs dagelijks, en dat appellante gebruik maakte van zijn auto. Diverse getuigen bevestigden zijn aanwezigheid als bewoner.
De rechtbank had de camerabeelden uitgesloten wegens schending van privacy, maar vond de overige bewijzen voldoende voor de intrekking van de bijstand. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel duurzaam gescheiden leefde, maar de Raad oordeelde dat de feitelijke omstandigheden dit niet ondersteunen. De subjectieve beleving of motieven zijn niet relevant voor de beoordeling volgens de Participatiewet.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden.