Eiser, een minderjarige uit Sana’a, Jemen, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De minister wees de aanvraag af op basis van het gewijzigde landgebonden asielbeleid, dat een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in Sana’a aanneemt, maar geen uitzonderlijk niveau. Eiser betoogde dat hij individueel risico loopt vanwege problemen met de Houthi’s en vrees voor rekrutering, en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op ernstige schade door gericht geweld of willekeurig geweld. De minister heeft het beleid en de situatie in Sana’a volledig en deugdelijk gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met recente ambtsberichten en jurisprudentie. Het besluit van 30 juni 2025 is echter niet deugdelijk gemotiveerd en wordt vernietigd.
De minister heeft in beroep het motiveringsgebrek hersteld, waardoor de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, maar eiser krijgt een proceskostenvergoeding wegens het terechte beroep. De rechtbank wijst ook het buitenschuldbeleid af omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet op zorg van ouders kan rekenen.
De uitspraak bevestigt de toepassing van het gewijzigde beleid voor Jemen en benadrukt het belang van individuele beoordeling bij minder uitzonderlijke situaties van willekeurig geweld. De rechtbank volgt de minister in de beoordeling dat Sana’a geen uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld kent, ondanks de verslechterde humanitaire omstandigheden.