Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Sociale Verzekeringsbank, de SVB
Inleiding
Toetsingskader
Beoordeling door de rechtbank
bevoegdis om onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen, maar daartoe niet
verplichtis. De zesmaandenjurisprudentie is in dit geval niet van toepassing omdat de SVB op grond van artikel 17 van Pro de AOW verplicht was om de te veel ontvangen AOW terug te vorderen. De SVB mocht de periode waarover wordt teruggevorderd dus niet verder beperken op grond van de zesmaandenjurisprudentie.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.R. de Boer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Het ouderdomspensioen dat als gevolg van een besluit als bedoeld in artikel 17 onverschuldigd Pro is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door de Sociale verzekeringsbank teruggevorderd van de pensioengerechtigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger, dan wel van de erfgenaam van de pensioengerechtigde voor zover het onverschuldigd betaalde in het vermogen van die erfgenaam is gevallen. (…)
Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. (…)