ECLI:NL:RBDHA:2025:21657

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
11240463 RL EXPL 24-14537 (hoofdzaak)
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:28 BWArt. 3:309 lid 1 BWArt. 3:310 lid 1 BWArt. 3:52 lid 1 BWArt. 6:159 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijwillige overname klantenbestand na faillissement energieleverancier zonder contractsoverneming

De zaak betreft een geschil tussen een klant en Innova Energie B.V. over de vraag of bij de vrijwillige overname van het klantenbestand van de failliete energieleverancier SEPA Green Energy B.V. ook de bestaande contracten zijn overgenomen. De klant vordert terugbetaling van te hoge tarieven die Innova in rekening bracht, stellende dat Innova de oorspronkelijke contractvoorwaarden had moeten respecteren.

De kantonrechter stelt vast dat er geen sprake is van een bedrijfsovername of contractsoverneming. Uit de wetgeving en de Besluiten leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en Gaswet blijkt niet duidelijk of bij vrijwillige overname de contracten overgaan. De rechter concludeert dat Innova slechts het klantenbestand en enkele activa heeft overgenomen, niet de contractuele verplichtingen.

De kantonrechter verwerpt het beroep op verjaring en rechtsverwerking door Innova. Ook wordt overwogen dat de huidige wetgeving onduidelijkheid laat over de rechtsverhouding tussen de nieuwe leverancier en de klant als het contract niet mee overgaat. Daarom worden prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld om duidelijkheid te verkrijgen over deze juridische kwesties.

De uitspraak wordt aangehouden in afwachting van de beantwoording van deze prejudiciële vragen, die ook van belang zijn voor andere soortgelijke zaken. De nieuwe Energiewet die op 1 januari 2026 in werking treedt, zal de huidige onduidelijkheid wegnemen, maar heeft geen terugwerkende kracht.

Uitkomst: De beslissing wordt aangehouden en prejudiciële vragen worden aan de Hoge Raad voorgelegd over contractsoverneming en rechtsverhouding bij vrijwillige overname klantenbestand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag
PV/cd
Zaak-/rolnrs.: 11240463 RL EXPL 24-14537 (hoofdzaak)
11519963 RL EXPL 25-2218 (vrijwaringszaak)
18 november 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
in de hoofdzaak
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: voorheen L. Nederpel, thans mr. A.S. Kik-Hartog,
tegen
INNOVA ENERGIE B.V.,
gevestigd te Den Haag,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. E.A.H. ten Berge,
in de vrijwaringszaak
INNOVA ENERGIE B.V.,
gevestigd te Den Haag,
eisende partij,
gemachtigde: mr. E.A.H. ten Berge,
tegen
[naam] , IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN CURATOR IN HET FAILLISSEMENT VAN SEPA GREEN ENERGY B.V.,
kantoorhoudende te Almelo,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. G.L.E. Kemerink op Schiphorst.
Partijen worden hierna [eiser] , Innova en de curator genoemd.

1.Kern van de zaak

1.1.
[eiser] had een energiecontract bij SEPA Green Energy B.V. Eind 2021 is dit bedrijf failliet gegaan. De curator heeft het klantenbestand overgedragen aan Innova. Innova heeft hogere tarieven in rekening gebracht dan de tarieven die de klanten met SEPA Green Energy B.V. hadden afgesproken. [eiser] en Innova verschillen van mening over de vraag of dat mocht.
1.2.
Er is geen sprake van een bedrijfsovername door Innova. Ook heeft er geen contractsoverneming plaatsgevonden. Uit de huidige wetgeving (de Besluiten leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en leveringszekerheid Gaswet) blijkt niet duidelijk of bij een vrijwillige overname van het klantenbestand van een failliete energieleverancier ook de bestaande contracten overgaan. Ook is niet duidelijk wat de rechtsverhouding is tussen de nieuwe leverancier en de klant als het contract niet mee overgaat. Toch is een antwoord op deze vragen noodzakelijk om te kunnen beslissen over de vordering van [eiser] . Bovendien is dit antwoord van belang voor andere, soortgelijke geschillen.
1.3.
De kantonrechter wil deze rechtsvragen daarom voorleggen aan de Hoge Raad. In dit vonnis zijn vijf vragen geformuleerd die de kantonrechter wil stellen. Partijen mogen bij akte reageren, zowel op het voornemen om vragen aan de Hoge Raad te stellen als op de inhoud van de vragen zelf. Omdat het (eventuele) antwoord van de Hoge Raad ook van belang is voor de beoordeling van de vordering in de vrijwaringszaak, wordt de beslissing in die zaak aangehouden.

2.Procedure

2.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- de dagvaarding van 23 juli 2024 met producties 1 tot en met 17;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 tot en met 3;
- de incidentele conclusie van antwoord tot oproeping in vrijwaring;
- het vonnis in incident van 12 december 2024;
- de dagvaarding in vrijwaring van 30 december 2024 met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties 4 tot en met 21;
- de conclusie van antwoord in vrijwaring met producties 1 tot en met 7;
- de akte overleggen producties van [eiser] met producties 18 tot en met 33;
- de aanvullende productie 34 en 35 van [eiser] ;
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 28 augustus 2025 en de tijdens die zitting namens partijen overgelegde schriftelijke spreekaantekeningen.

3.Feiten

in de hoofdzaak en in de vrijwaring
3.1.
[eiser] had vanaf 13 december 2020 een tweejarige overeenkomst met SEPA Green Energy B.V. (hierna: SEPA) voor de levering van elektriciteit en gas tegen vaste tarieven.
3.2.
In de leveringsovereenkomst zijn de ‘Algemene voorwaarden voor de levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers 2017’ van toepassing verklaard (hierna: de algemene voorwaarden).
3.2.1.
In artikel 2.11 van de algemene voorwaarden staat dat SEPA de rechten en plichten uit de overeenkomst in twee gevallen mag overdragen aan een andere energieleverancier, dat de klant hiervoor nu al toestemming geeft en dat de afspraken blijven gelden. Die gevallen zijn de volgende:
  • SEPA wordt overgenomen door een ander bedrijf;
  • SEPA geeft de rechten en plichten van de overeenkomst aan een ander bedrijf, maar blijft ervoor verantwoordelijk dat het andere bedrijf deze nakomt.
3.2.2.
In artikel 2.12 van de algemene voorwaarden staat dat de overeenkomst met SEPA eindigt als de overheid de leveringsvergunning(en) van SEPA intrekt en de overheid heeft geregeld dat in dat geval de levering door andere partijen wordt overgenomen.
3.3.
SEPA is op 8 december 2021 failliet verklaard, met benoeming van [naam] tot curator. Door de sterk gestegen elektriciteitsprijzen kon SEPA haar leveringsverplichtingen niet langer nakomen. Bij besluiten van diezelfde datum heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de aan SEPA verleende vergunningen voor het leveren van gas en elektriciteit ingetrokken per 5 januari 2022.
3.4.
De curator heeft bij overeenkomst van 19 december 2021 het klantenbestand (kleinverbruikers) van SEPA binnen de zogeheten eerste vensterperiode verkocht aan Innova, conform artikel 2 lid 5 sub b van Pro het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 (BLE) en artikel 3 lid 5 sub b van Pro het Besluit leveringszekerheid Gaswet (BLG) (hierna samen: de Besluiten). Het klantenbestand bestond op dat moment uit 37.787 aansluitingen voor gas en/of elektriciteit. De overeengekomen koopsom voor dit bestand (en overige immateriële activa) bedroeg in totaal € 1.927.137,- (€ 51,- per aansluiting). Naast het klantenbestand heeft Innova ook de overeenkomst van SEPA met gasleverancier GasTerra B.V. (hierna: GasTerra) met daarin gunstige gasleveringstarieven overgenomen, alsmede de bedrijfsmiddelen van het kantoorpand van SEPA in Enschede en de handelsnaam en logo’s van SEPA. Ook heeft Innova (een deel van) het personeel van SEPA overgenomen.
3.5.
Innova heeft de klanten van SEPA op 22 december 2021 overgenomen. Diezelfde dag heeft zij [eiser] een e-mail gestuurd over de overname. Ook op die dag heeft de ACM bij besluiten de datum van inwerkingtreding van de intrekkingsbesluiten gewijzigd van 5 januari 2022 naar 24 december 2021.
3.6.
Omdat in de e-mail van 22 december 2021 onjuiste gastarieven stonden, heeft Innova [eiser] op 23 december 2021 opnieuw een e-mail gestuurd. Daarin heeft zij medegedeeld (a) dat Innova per 22 december 2021 de klantportefeuille van SEPA heeft overgenomen, (b) dat het merk SEPA blijft bestaan, (c) dat hij vanaf 22 december 2021 contractvrij is en alle oude tarieven, voorwaarden en einddata voor zowel gas als stroom zijn komen te vervallen, (d) dat hij met een opzegtermijn van één dag kan overstappen naar een andere energieleverancier, (e) welke stroomtarieven en welk gastarief gelden van 22 december 2021 tot en met 31 januari 2022, (f) dat vanaf 1 februari 2022 het stroomtarief maandelijks aangepast zal worden aan de marktontwikkelingen en (g) dat hij het termijnbedrag en de bijbehorende voorwaarden binnen een week zal ontvangen.
3.7.
Innova heeft op 1 januari 2022 een welkomstbrief gestuurd aan [eiser] . In die brief heeft Innova hem onder meer geïnformeerd over het nieuwe termijnbedrag voor januari 2022 en medegedeeld dat het factuurbedrag automatisch wordt afgeschreven indien de aan SEPA gegeven incassomachtiging niet is ingetrokken.
3.8.
[eiser] heeft Innova bij brief van 1 december 2023 bericht dat zij de oorspronkelijke leveringsovereenkomsten van SEPA moet respecteren en verzocht om binnen vijftien dagen het te veel betaalde bedrag (terug) te betalen.

4.Geschil

in de hoofdzaak
4.1.
[eiser] vordert om Innova te veroordelen tot betaling van:
€ 4.414,87, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 december 2023;
€ 685,45, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2024;
de kosten van deze procedure, eventueel vermeerderd met wettelijke rente.
4.2.
[eiser] legt aan deze vordering – samengevat – het volgende ten grondslag.
4.2.1.
Innova heeft de leveringsovereenkomst tussen hem en SEPA overgenomen en moest daarom de contractvoorwaarden (en dus ook de tarieven) respecteren. Innova heeft SEPA namelijk als bedrijf overgenomen en daarbij zijn ook de bestaande contracten mee overgegaan. In de overeenkomst tussen de curator en Innova is de rechtsverhouding van [eiser] met SEPA bovendien met zijn (impliciete) goedkeuring overgedragen aan Innova. Verder brengen de tekst, bedoeling en systematiek van artikel 2 lid 5 sub b BLE Pro en artikel 3 lid 5 sub b BLG Pro mee dat de leveringsovereenkomst tussen [eiser] en SEPA op Innova is overgegaan. Er is bovendien enkel medegedeeld dat [eiser] als klant werd overgenomen; er is dus geen nieuw contract met Innova tot stand gekomen. Innova had ook om die reden de oorspronkelijke overeenkomst met SEPA moeten respecteren.
4.2.2.
Mocht toch een nieuwe overeenkomst met Innova zijn ontstaan, dan:
  • heeft Innova (1) [eiser] onjuist geïnformeerd door mede te delen dat sprake is van een nieuw contract met nieuwe tarieven. Daarmee heeft zij (1a) haar (pre)contractuele informatieplichten geschonden. De overeenkomsten moeten daarom worden vernietigd, met volledige of gedeeltelijke vermindering van de betalingsverplichting. Ook heeft Innova – door te verzwijgen dat zij de contracten onder dezelfde voorwaarden had overgenomen – (1b) een handelspraktijk gebruikt die niet eerlijk is. [eiser] had de overeenkomst niet (op deze manier) gesloten als Innova de handelspraktijk niet had begaan. Ook om deze reden zijn de overeenkomsten vernietigbaar. Daarnaast is Innova schadeplichtig.
  • is deze gesloten (2) onder de onjuiste voorstelling van zaken dat het contract met SEPA niet zou overgaan. [eiser] zou de overeenkomst met Innova niet zijn aangegaan als hij dit had geweten. Innova wist of behoorde te weten dat het contract met SEPA niet overging, en wist of behoorde te weten dat [eiser] de overeenkomst met Innova niet zou zijn aangegaan als hij dit had geweten. Innova had hem hierover moeten informeren. Ter compensatie van het nadeel moet Innova het verschil tussen de contractvoorwaarden van Innova en SEPA opheffen.
  • heeft Innova (3) zonder toestemming en rechtsgrond persoonsgegevens van [eiser] (zoals zijn incassomachtiging aan SEPA) gebruikt. Ook om die reden is zij schadeplichtig.
4.2.3.
Innova heeft haar eigen, hogere tarieven in rekening gebracht. Het verschil tussen wat [eiser] over de periode 22 december 2021 tot 13 december 2022 op basis van de tarieven van SEPA voor zijn verbruik had moeten betalen en wat daadwerkelijk aan Innova is betaald, is € 4.414,87. Dit bedrag is zonder rechtsgrond en dus onverschuldigd betaald, dan wel aan te merken als schade. Daarnaast heeft [eiser] tot een bedrag van € 685,45 aan kosten gemaakt om zijn vordering buiten rechte betaald te krijgen. Omdat Innova na de brief van 1 december 2023 niet op tijd heeft betaald, is zij vanaf 17 december 2023 in verzuim. Vanaf deze datum bestaat recht op de wettelijke rente.
4.3.
Innova concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, althans tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, eventueel vermeerderd met wettelijke rente.
4.3.1.
Innova voert allereerst aan dat de vordering van [eiser] is verjaard, omdat hij niet binnen twee jaar actie heeft ondernomen om zijn vordering betaald te krijgen.
4.3.2.
Daarnaast voert Innova aan dat [eiser] zijn rechten heeft verwerkt. Hij heeft jarenlang zonder bezwaar energie afgenomen en daarvoor steeds betaald. Hierdoor mocht Innova erop vertrouwen dat hij zijn rechten en bevoegdheden niet langer zou uitoefenen. Zou hij die rechten en bevoegdheden uitoefenen, dan zou de positie van Innova ook onredelijk worden benadeeld.
4.3.3.
Innova betwist dat zij bij overname van [eiser] als klant van SEPA ook de leveringsovereenkomst heeft overgenomen en dat zij verplicht was om tegen de voorwaarden van SEPA energie aan [eiser] te leveren. Zij voert aan dat er bovendien geen leveringsovereenkomst meer bestond: de leveringsovereenkomst met SEPA was geëindigd door de intrekking van haar leveringsvergunningen door de ACM. Volgens Innova is er na de verkoop door de curator van het klantenbestand van SEPA per 22 december 2021 een nieuw contract ontstaan tussen haar en [eiser] .
4.3.4.
Innova betwist dat zij [eiser] bij of voorafgaand aan de totstandkoming van die overeenkomst onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd. Innova betwist dan ook dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk of dat [eiser] heeft gedwaald. Mocht de overeenkomst toch (gedeeltelijk) worden vernietigd, dan stelt Innova dat zij zonder rechtsgrond energie heeft geleverd. Omdat teruglevering feitelijk onmogelijk is, dient [eiser] de waarde van de geleverde energie te vergoeden. Ook verzoekt Innova om aan vernietiging (gedeeltelijk) haar werking te ontzeggen.
4.3.5.
Voor het geval er geen nieuwe overeenkomst is ontstaan, stelt Innova dat op grond van de redelijkheid en billijkheid voor [eiser] een verbintenis is ontstaan tot betaling van een redelijk tarief voor de door haar geleverde energie. De door Innova gehanteerde tarieven zijn volgens haar redelijk. Dat de tarieven redelijk zijn blijkt alleen al uit het feit dat de ACM, die voortdurend wordt geïnformeerd over de tarieven, niet heeft ingegrepen, aldus Innova.
4.3.6.
Innova betwist dat zij in verzuim is. Ook betwist zij de hoogte van de gestelde schade. Verder voert Innova aan dat de schade mede het gevolg is van eigen schuld van [eiser] . Als [eiser] de tarieven te hoog vond, had hij kunnen overstappen naar een andere leverancier. Bovendien heeft hij er zelf voor gekozen een contract te sluiten met een prijsvechter als SEPA. Voor zover bekend heeft [eiser] geen vorderingen ingediend bij de curator. Als hij dat wel had gedaan zou hij ongeveer 52% van zijn schade vergoed hebben gekregen.
4.3.7.
Tot slot betwist Innova dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.
in de vrijwaringszaak
4.4.
Innova vordert om de curator te veroordelen tot betaling van:
I. datgene waartoe Innova in de hoofdzaak als gedaagde mocht worden veroordeeld;
II. de kosten van de procedure.
4.5.
Innova baseert haar vordering – samengevat – op het volgende.
4.5.1.
Als blijkt dat Innova ook de contracten en voorwaarden van SEPA heeft overgenomen, dan bestond bij Innova bij het aangaan van de koopovereenkomst met de curator een onjuiste voorstelling van zaken. Innova ging ervan uit dat alleen het klantenbestand zou overgaan, en niet ook de contractvoorwaarden van SEPA. Als Innova dit had geweten dat ook deze voorwaarden mee overgingen, zou de koopovereenkomst nooit zijn gesloten. De curator is bij het sluiten van de koopovereenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgegaan. Door deze wederzijdse daling ondervindt Innova nu nadeel, bestaande uit de vorderingen van [eiser] . Daarom moet de koopovereenkomst worden gewijzigd door de koopprijs met dit bedrag te verlagen.
4.5.2.
Bij het sluiten van de koopovereenkomst was het bovendien niet voorzien dat de voorwaarden van SEPA zouden gelden. Zowel Innova als de curator hebben steeds voor ogen gehad dat alleen het klantenbestand zou worden overgedragen. Deze omstandigheid is niet in de koopprijs verdisconteerd. Ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst was het ook de praktijk en bestond de heersende gedachte dat op grond van de Besluiten alleen klantenbestanden overgingen zonder de bijbehorende oude voorwaarden. Gezien deze onvoorziene situatie mag de curator niet verwachten dat de koopovereenkomst ongewijzigd blijft. Innova leidt immers aanzienlijk verlies bij instandhouding van de voorwaarden van SEPA. De koopprijs moet daarom worden gewijzigd.
4.6.
De curator concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Innova in haar vordering, dan wel tot afwijzing hiervan, met veroordeling van Innova in de proceskosten.
4.6.1.
De curator stelt allereerst dat de koopovereenkomst niet kan worden aangetast. Het betreft executoriale verkoop door een curator, waarbij de activa voetstoots en tegen een lage prijs zijn verkocht en eventuele risico’s of tegenvallers in de prijs zijn verdisconteerd. Het is praktisch niet mogelijk om als koper van een dergelijke overeenkomst terug te komen. Het recht op ontbinding of vernietiging is bovendien uitgesloten.
4.6.2.
De curator betwist dat Innova er bij het aangaan van de koopovereenkomst van uitging dat alleen de klanten, en niet ook de contractvoorwaarden zouden overgaan. Ook betwist hij dat Innova de overeenkomst niet zou hebben gesloten als zij had geweten dat de contractvoorwaarden van SEPA zouden blijven gelden. Verder voert hij aan dat hij niet hoefde te begrijpen dat Innova in dat geval de koopovereenkomst niet zou zijn aangegaan. De impact van de overname van de SEPA-voorwaarden voor Innova hangt namelijk af van meer omstandigheden dan de curator kon overzien, zoals de voorbereiding van Innova op de prijsstijgingen eind 2021, het aandeel SEPA-klanten binnen haar totale portefeuille en de duur van de periode van die prijsstijgingen. Daarnaast voert de curator aan dat een eventuele dwalingskans al in de koopovereenkomst is verdisconteerd, zodat deze voor rekening van Innova blijft.
4.6.3.
De curator betwist voorts dat sprake is van een onvoorziene omstandigheid. Mocht die er al zijn, dan betwist hij dat deze zodanig is dat hij geen instandhouding van de overeenkomst had mogen verwachten. Daarnaast voert hij aan dat eventuele onvoorziene omstandigheden reeds stilzwijgend in de lage koopprijs zijn verdisconteerd, zodat deze voor rekening van Innova komen.
4.6.4.
Mocht de curator Innova toch moeten vrijwaren van de vordering in de hoofdzaak, dan beroept hij zich allereerst op verrekening. [eiser] heeft immers een vordering ingediend in het faillissement van SEPA, die deels is voldaan. Indien sprake is van contractovername door Innova, heeft de curator met die betaling feitelijk een verplichting van Innova voldaan. Verder verzoekt de curator in dat geval om de vordering te matigen tot de betaalde koopsom per klant. Dit vanwege het feit dat Innova aan de curator slechts de executiewaarde heeft betaald en bovendien voordeel heeft genoten uit de overname van de deal met GasTerra.

5.Beoordeling

in de hoofdzaak
De vordering is niet verjaard
5.1.
Verjaring is het door tijdsverloop verloren gaan van een rechtsvordering. De wet kent verschillende verjaringstermijnen, afhankelijk van het soort vordering. Een vordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop verjaart na twee jaar. [1] Een vordering uit onverschuldigde betaling verjaart na vijf jaar, gerekend vanaf het moment dat de schuldeiser bekend is met zowel het bestaan van de vordering als de ontvanger. [2] Een vordering tot schadevergoeding verjaart ook na vijf jaar, gerekend vanaf het moment dat de benadeelde bekend is met zowel de schade als de verantwoordelijke partij. [3] Een vordering tot wijziging van de overeenkomst ter opheffing van dwalingsnadeel verjaart na drie jaar vanaf het moment dat de dwaling is ontdekt. [4]
5.2.
Innova baseert haar beroep op verjaring op artikel 7:28 BW Pro. Deze bepaling is echter niet van toepassing. [eiser] vordert namelijk geen betaling van een koopprijs, maar (terug)betaling van onverschuldigd betaalde bedragen en/of schadevergoeding en/of opheffing van nadeel. De verjaringstermijnen die voor deze vorderingen gelden, zijn nog niet verstreken. De vordering is dan ook niet verjaard.
Het beroep op rechtsverwerking slaagt niet
5.3.
Bij rechtsverwerking verliest iemand zijn vorderingsrecht. Anders dan bij verjaring is voor rechtsverwerking meer vereist dan alleen tijdsverloop. Er moeten bijzondere omstandigheden zijn waardoor 1) bij de schuldenaar (in dit geval Innova) het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser (in dit geval [eiser] ) zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken of 2) de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld als de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. [5]
5.4.
[eiser] heeft vanaf 22 december 2021 gedurende langere tijd gebruik gemaakt van de door Innova geleverde energie. Hij heeft daar ook steeds voor betaald. Op basis van alleen deze omstandigheden heeft Innova er echter niet op mogen vertrouwen dat [eiser] onderhavige vordering niet zou instellen. Van belang daarbij is dat de discussie over de vraag of bij een vrijwillige overname van het klantenbestand in de eerste vensterperiode de oorspronkelijke voorwaarden moeten worden gerespecteerd, en wat geldt als dat niet zo is, sinds begin 2022 breed wordt gevoerd. Innova had er daarom rekening mee moeten houden dat de van SEPA overgenomen klanten – waaronder [eiser] – jegens haar het standpunt zouden innemen dat hij in deze procedure inneemt. Uit het enkele feit dat [eiser] energie afnam en daarvoor betaalde, mocht Innova dan ook niet opmaken dat hij zijn aanspraken hieruit niet meer zou doen gelden. Op welke wijze Innova hierdoor onredelijk wordt benadeeld, is verder niet gesteld. Het beroep op rechtsverwerking slaagt daarom niet.
Van een bedrijfsovername is geen sprake
5.5.
Een bedrijfsovername kan plaatsvinden via een aandelentransactie of een activa-passiva transactie. Bij een aandelentransactie gaan de aandelen naar de koper en blijft de onderneming ongewijzigd. Bij een activa-passiva transactie blijven de aandelen bij de verkoper, maar worden alle afzonderlijke vermogensbestanddelen overgedragen. Daarnaast kan, maar dan alleen ten opzichte van de werknemers van het overdragende bedrijf, sprake zijn van een bedrijfsovergang wanneer een economische eenheid – een georganiseerd geheel van middelen zoals personeel, klanten en inventaris – wordt overgedragen die bij de overnemende partij in wezen hetzelfde blijft functioneren. [eiser] is echter geen werknemer van SEPA, zodat de regels die voor die situatie gelden in dit kader niet van belang zijn.
5.6.
Er is niet gesteld of gebleken dat de aandelen in SEPA aan Innova zijn overgedragen. Wel is duidelijk dat Innova van de curator bepaalde activa van SEPA heeft overgenomen, waaronder het klantenbestand, de deal met GasTerra, de handelsnaam, logo’s, bedrijfsmiddelen en (een deel van) het personeel van SEPA. Dat Innova daarbij ook alle rechten en plichten van SEPA heeft overgenomen, is echter niet gesteld of gebleken. Uit het laatste faillissementsverslag van SEPA volgt integendeel dat Innova enkel waardevolle onderdelen als het klantenbestand en de GasTerra-deal van SEPA overgenomen, en niet (ook) haar schulden. Vanuit het oogpunt van herkenbaarheid zal het commercieel gezien ook waardevol zijn geweest voor Innova om het SEPA-label voort te zetten en in de communicatie naar klanten het SEPA-logo te gebruiken. Dat zij dat heeft gedaan en uitsluitend de voor haar financieel aantrekkelijke onderdelen van de onderneming van SEPA heeft overgenomen, levert onder de gegeven omstandigheden geen bedrijfsovername op in de zin van de wet of artikel 2.11 van de algemene voorwaarden.
Er is geen afspraak tussen Innova en de curator tot contractsoverneming
5.7.
Een partij bij een overeenkomst kan haar rechtsverhouding tot de wederpartij met medewerking van deze laatste overdragen aan een derde. Hierdoor gaan alle rechten en verplichtingen over op de derde. Voor de overeenkomst tussen de partij en de derde is een akte vereist. De toestemming van de wederpartij is vormvrij en kan bij voorbaat worden gegeven, bijvoorbeeld via een clausule in de algemene voorwaarden. [6]
5.8.
Innova heeft betwist dat zij met de curator heeft afgesproken dat zij de leveringsovereenkomsten van SEPA overnam. Volgens haar heeft zij in dit opzicht uitsluitend het klantenbestand van SEPA gekocht. In de activa-overeenkomst is niet afgesproken dat ook de met SEPA gesloten contracten worden overgedragen, of dat Innova de bestaande overeenkomsten met de kleinverbruikers moet respecteren. [eiser] heeft hiertegenover niet gesteld dat tussen de curator en Innova wel expliciet afspraken zijn gemaakt tot overname van de contracten. De stelling van [eiser] dat een klantenbestand niet kan worden verkocht zonder de onderliggende contracten mee over te dragen, wordt niet gevolgd. Niet wordt ingezien waarom gegevens van klanten die potentieel klant worden en daarom een commerciële waarde vertegenwoordigen niet los verkocht zouden kunnen worden.
5.9.
Verder staat de overname door Innova van de GasTerra-deal van SEPA, anders dan [eiser] suggereert, los van de klanten van SEPA. GasTerra wilde die deal weliswaar alleen gestand doen als de SEPA-klanten aan Innova werden overgedragen en Innova wilde die klanten ook alleen als ook die deal mee zou overgaan, maar het stond Innova vrij om het geleverde gas ook aan andere afnemers te leveren wanneer de van SEPA overgenomen klanten overstapten. Uit het feit dat Innova de GasTerra-deal heeft overgenomen kan dan ook niet worden afgeleid dat de partijen bij de activa-overeenkomst de intentie hadden om de leveringsovereenkomsten met klanten over te dragen. Hetzelfde geldt voor het feit dat Innova de aan SEPA afgegeven incassomachtigingen heeft gebruikt voor de inning van termijnbedragen en eindafrekeningen. In een situatie als deze, waarin vele duizenden klanten in één keer overgaan, wijst deze handelwijze veeleer op een intentie van Innova om te komen tot een praktische en snelle afwikkeling dan op een intentie tot overname van alle leveringsovereenkomsten.
5.10.
Gezien het voorgaande heeft [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen om daaraan de conclusie te kunnen verbinden dat de leveringsovereenkomst tussen hem en SEPA bij de activa-overeenkomst is overgedragen. Van contractsoverneming op die grond is reeds om die reden geen sprake. Dat bij de overname van het klantenbestand (mogelijk in strijd met de AVG) ook persoonsgegevens van klanten aan Innova zijn overgedragen, zoals [eiser] stelt, kan niet tot een ander oordeel leiden. Bij deze uitkomst kan in het midden blijven of [eiser] via artikel 2.11 van de algemene voorwaarden vooraf heeft ingestemd met de overname van zijn contract door Innova en of voor het overige is voldaan aan de voorwaarden voor contractsoverneming.
Onduidelijk is of de Besluiten contractsoverneming tot gevolg hebben
5.11.
De Besluiten bevatten een regeling om te voorkomen dat kleinverbruikers zonder gas en elektriciteit komen te zitten als een energieleverancier failliet gaat. Die regeling komt neer op het volgende.
5.11.1.
Als de leveringsvergunningen van een energieleverancier bij een faillissement worden ingetrokken, kan de (beoogd) curator het bestand aan kleinverbruikers (klantenbestand) vrijwillig overdragen aan een andere energieleverancier die de levering voortzet (vrijwillige overname). De Besluiten voorzien hiervoor in een eerste vensterperiode. [7]
5.11.2.
Als het klantenbestand niet binnen deze eerste vensterperiode wordt overgedragen, worden de klanten van de failliete leverancier in een tweede vensterperiode (onder regie van de landelijke netbeheerders) verdeeld over de overige leveranciers (de restverdeling) (gedwongen overname). [8] In dat geval zet de nieuwe energieleverancier de levering voort op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd en onder zijn eigen voorwaarden. [9]
5.11.3.
Gedurende de vensterperiodes mogen kleinverbruikers op grond van de Besluiten niet overstappen naar een andere leverancier. De netbeheerders mogen in deze periodes ook niet meewerken aan een leverancierswissel. [10] Zodra het klantenbestand (vrijwillig of gedwongen) is overgenomen door een nieuwe leverancier, krijgt de kleinverbruiker in beginsel na dertig dagen weer de mogelijkheid om over te stappen naar een andere energieleverancier, tenzij een kortere opzegtermijn van toepassing is. [11]
5.12.
De eerste vraag die partijen verdeeld houdt, is of de energiecontracten die de klanten met SEPA hadden, door de vrijwillige overdracht van het klantenbestand zijn overgegaan op Innova en Innova als gevolg daarvan verplicht is om de tarieven en voorwaarden van deze contracten te respecteren.
Tekst Besluiten en wetsgeschiedenis
5.12.1.
De tekst van de Besluiten in combinatie met de parlementaire geschiedenis geeft geen eenduidig antwoord op deze vraag.
5.12.2.
In de Besluiten staat bij vrijwillige overname dat het
bestand aan kleinverbruikerswordt overgedragen en dat de overnemende leverancier de energielevering voortzet. Een (nadere) beschrijving van wat de overdracht van het bestand exact inhoudt, ontbreekt. De tekst vermeldt alleen dat het bestand aan kleinverbruikers in elk geval de volgende gegevens omvat: 1) de naam, adres, woonplaats en eventueel het telefoonnummer en e-mailadres van de kleinverbruiker, 2) het factuuradres en bankrekeningnummer en indien beschikbaar het mandaat voor automatische afschrijving van de kleinverbruikers, 3) de hoogte en betalingsfrequentie van het voorschotbedrag, 4) indien van toepassing, dat sprake is van teruglevering van energie, 5) de EAN-code en 6) de naam van de netbeheerder. [12]
5.12.3.
Volgens de wetgever dient het mandaat voor automatische afschrijving ter informatie zodat de ontvangende leverancier sneller opnieuw een automatische afschrijving kan afspreken met de nieuwe klanten die de termijnen automatisch laten afschrijven. [13] Uit het feit dat de leverancier een nieuwe afspraak moet maken voor de bankafschrijving kan worden afgeleid dat een dergelijk mandaat niet overgaat naar de nieuwe leverancier. Bovendien bevat het klantenbestand niet de leveringsvoorwaarden zelf, wat juist zou worden verwacht als deze van toepassing zouden zijn. Uit deze inrichting van de overdracht van het klantenbestand zou dus afgeleid kunnen worden dat het de bedoeling van de wetgever is dat de leveringsovereenkomst niet overgaat. Het feit dat Innova in afwijking van het vorenstaande met de overgenomen klanten geen nieuwe automatische incasso heeft afgesproken, maar de aan SEPA afgegeven incassomachtigingen heeft gebruikt voor de inning van termijnbedragen en eindafrekeningen zegt hooguit iets over de bedoeling van Innova (zie 5.9.), maar niet over de bedoeling van de wetgever.
5.12.4.
De tekst van de Besluiten vermeldt niets over de rechtsverhouding die ontstaat tussen de vrijwillig overnemende leverancier en de kleinverbruiker, noch over de voorwaarden en tarieven waartegen de levering in dat geval moet plaatsvinden. Dit is anders bij een gedwongen overdracht in het kader van de restverdeling. Voor die situatie geven de Besluiten uitdrukkelijk aan dat de voortzetting van de energielevering plaatsvindt op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd en tegen de voorwaarden die door de nieuwe leverancier worden vastgesteld.
5.12.5.
Dat de tekst van de Besluiten bij een vrijwillige overname niet vermeldt dat de energieleverancier haar eigen voorwaarden mag bepalen – zoals wel het geval is bij een gedwongen overname – betekent nog niet dat hieruit volgt dat de wetgever heeft bedoeld dat dat
nietmag (zoals [eiser]
a-contrariobetoogt). In de Nota van Toelichting bij het BLG wordt namelijk expliciet vermeld dat bij een vrijwillige overdracht een nieuw contract tot stand komt tussen de kleinverbruiker en de nieuwe leverancier. [14] Hieruit zou kunnen worden afgeleid dat de wetgever bedoeld heeft dat ook bij een vrijwillige overdracht een overeenkomst onder de voorwaarden van de overnemende leverancier tot stand komt.
5.12.6.
Vreemd genoeg komt dit, zoals gezegd, niet tot uitdrukking in de tekst van de Besluiten, zoals dat voor de overdacht in het kader van de restverdeling wel het geval is. Voor de situatie van de restverdeling vermelden de Nota’s van Toelichting dat de betrokken kleinverbruikers tegen tarieven en voorwaarden van de overnemende leverancier worden beleverd om zo min mogelijk verstoring in de ondernemingsactiviteit van de noodleverancier te laten ontstaan. [15] Volgens de wetgever rechtvaardigt deze omstandigheid (kennelijk) dat de overnemende leverancier bij een gedwongen overname de tarieven en voorwaarden mag bepalen waaronder de levering plaatsvindt.
Rechtspraak
5.12.7.
De vraag of bij een overname in de eerste vensterperiode op grond van de Besluiten sprake is van contractsoverneming en de overnemende leverancier verplicht is om de tarieven en voorwaarden die golden voor de overgedragen klanten te respecteren, wordt in de rechtspraak verschillend beantwoord.
5.12.8.
Enerzijds zijn er uitspraken waarin deze vraag bevestigend is beantwoord, of waarin is geoordeeld dat er geen nieuwe leveringsovereenkomst tot stand is gekomen, dan wel dat de klant niet gebonden is aan de voorwaarden en tarieven van de overnemende leverancier. Voorbeelden hiervan zijn de volgende zaken:
Rb. Amsterdam 24 januari 2022, ECLI:NLRBAMS:2022:263 (tussenvonnis) en Rb. Amsterdam 10 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:263 (eindvonnis);
Rb. Amsterdam 28 januari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:264 (tussenvonnis) en Rb. Amsterdam 7 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6000 (eindvonnis);
Rb. Amsterdam 14 november 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6650;
Rb. Zeeland-West-Brabant 9 augustus 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5625 (eerste aanleg);
Rb. Oost-Brabant 24 april 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2291.
5.12.9.
Anderzijds zijn er uitspraken waarin deze vraag (impliciet) ontkennend is beantwoord, bijvoorbeeld in de volgende zaken:
Rb. Rotterdam 30 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:12954;
Rb. Overijssel 12 september 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3708;
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 16 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1330 (hoger beroep);
Rb. Overijssel 30 april 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:2378;
Rb. Zeeland-West-Brabant 12 februari 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1279;
Rb. Overijssel 8 april 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2136;
Rb. Amsterdam 3 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4016.
5.12.10.
De hoogste rechter die zich tot nu toe over deze vraag heeft gebogen, is het Hof Den Bosch. In die zaak was de geïntimeerde niet verschenen. Het hof heeft geoordeeld dat uit de toelichting op het BLG volgt dat de wetgever bedoeld heeft dat ook bij een vrijwillige overdracht de ondernemer in beginsel de leveringsverplichting voor onbepaalde tijd overneemt op basis van een nieuwe overeenkomst waarop de voorwaarden en tarieven van de overnemende leverancier van toepassing zijn. Het hof overweegt dat de redenering die geldt voor een gedwongen overname – dat de levering plaatsvindt tegen de tarieven en voorwaarden van de overnemende leverancier om zo min mogelijk verstoring van de bedrijfsvoering van de overnemende leverancier te veroorzaken – ook bij een vrijwillige overname opgaat. De kantonrechter merkt op dat het hof hierbij niet heeft meegewogen dat een leverancier bij een vrijwillige overdracht zelf kan bepalen of hij het klantenbestand overneemt. Eventuele nadelige gevolgen van de overname kunnen in dat geval worden verdisconteerd in de aan de curator te betalen koopprijs. Bij een gedwongen overname bestaat die mogelijkheid niet. [16] De vraag is daarom of dit verschil niet tot een andere uitkomst zou moeten leiden.
Landsadvocaat en overige instanties
5.12.11.
Het standpunt van Innova dat bij een vrijwillige overname nieuwe tarieven mogen worden bepaald, wordt ondersteund door de landsadvocaat, [17] de ACM, [18] de Nationale Ombudsman [19] en de Geschillencommissie Energie. [20]
Nieuwe wetgeving
5.12.12.
Op 1 januari 2026 treden de Energiewet en het bijbehorende Energiebesluit in werking, waarmee de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Besluiten worden ‘vervangen’. [21] In de nieuwe regelgeving staat bij vrijwillige overname niet langer dat het bestand aan kleinverbruikers wordt overgedragen, maar dat de geldende leveringsovereenkomsten worden overgedragen. [22]
5.12.13.
Deze wijziging heeft geen terugwerkende kracht. Deze wijziging wordt in het consultatieverslag van 13 december 2023, in de kamerbrief met de nota naar aanleiding van de Energiewet van 14 februari 2024 en in de toelichting op de nota van wijziging van 15 februari 2024 een “verduidelijking” van de bestaande regelgeving genoemd. Hieruit kan naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter – anders dan [eiser] stelt – niet zonder meer worden afgeleid dat de wetgever dit ook altijd al zo bedoeld heeft. In het consultatieverslag wordt de wijziging namelijk ook een “aanpassing” genoemd en in kamerbrief van 14 februari 2024 wordt gesproken van een “herziening”.
Ook is onduidelijk wat geldt als de Besluiten geen contractsoverneming inhouden
5.13.
In de tweede plaats verschillen partijen van mening over de vraag hoe zij zich juridisch tot elkaar verhouden in het geval de Besluiten zo moeten worden uitgelegd dat er geen sprake is van contractsoverneming op dezelfde voorwaarden.
5.13.1.
Zoals eerder gezegd, zijn kleinverbruikers gedurende de eerste vensterperiode niet bevoegd om over te stappen, en mogen netbeheerders in die periode niet meewerken aan een leverancierswissel. Na een vrijwillige overname kan de kleinverbruiker pas na dertig dagen overstappen naar een andere energieleverancier, tenzij – zoals in dit geval – een kortere opzegtermijn geldt. Gedurende de eerste dertig dagen (of de kortere termijn) heeft de kleinverbruiker dus geen mogelijkheid om zelf een andere energieleverancier te kiezen. De toepassing van de Besluiten – die een dwingend karakter hebben vanwege het maatschappelijk belang van het voorkomen van leveringsonderbrekingen – leidt er in die periode toe dat de klant buiten zijn wil en vrije keuze bij de overnemende leverancier wordt ondergebracht. Na afloop van de termijn van dertig dagen (of de kortere termijn) heeft de kleinverbruiker weer de mogelijkheid om al dan niet over te stappen.
5.13.2.
De Besluiten en de parlementaire geschiedenis geven geen antwoord op de vraag hoe de overnemende leverancier en de overgenomen klant zich gedurende de genoemde periodes tot elkaar verhouden. Deze vraag wordt in de eerder genoemde rechtspraak (dan ook) verschillend beantwoord. De varianten die daarin terugkomen, zijn de volgende:
er is sprake van een nieuw contract op voorwaarden van de overnemende leverancier, waarbij de klant (stilzwijgend) het aanbod tot levering van gas en elektriciteit heeft aanvaard;
er is sprake van wettelijke contractsoverneming dan wel een uit de wet (de Besluiten) voortvloeiende vorm van verbondenheid (verbintenissen uit de wet) die inhouden dat (de leverancier energie levert en) de klant daarvoor betaalt overeenkomstig de tarieven van die leverancier;
er is sprake van een contractloze periode, zij het dat op grond van de redelijkheid en billijkheid een verbintenis is ontstaan tussen de energieleverancier en de klant, op grond waarvan de energieleverancier gas en elektriciteit moet leveren aan de klant en de klant een redelijke prijs moet betalen aan de energieleverancier voor de aan hem geleverde gas en elektriciteit; [23]
4) er is (in het geval van consumenten) sprake van ongevraagde levering, [24] zodat geen verplichting tot betaling voor de klant bestaat.
Bij dit alles speelt dan ook nog de vraag of deze rechtsverhouding tussen leverancier en klant wijzigt op het moment dat de klant had kunnen opzeggen, maar dat niet gedaan heeft. Is op dat moment (alsnog) sprake van stilzwijgende aanvaarding van de tarieven van de leverancier of blijft de rechtsverhouding tussen klant en leverancier doorlopen zoals deze was op het moment dat de leverancier de klant overnam?
5.13.3.
In de situaties dat er sprake is van een nieuw contract of uit de wet voortvloeiende verbintenissen over en weer gaat het feitelijk om een energie'contract' dat de klant door de werking van de Besluiten als het ware ‘opgedrongen’ krijgt. In een dergelijk geval rijst de vraag of de overnemende leverancier jegens klanten die consument zijn, (pre)contractuele informatieplichten heeft [25] en of er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. [26] Het doel van deze informatieplichten en de regels omtrent oneerlijke handelspraktijken is om de consument te beschermen door te zorgen dat hij met kennis van zaken een weloverwogen keuze kan maken over het sluiten van een overeenkomst en geen aankoopbeslissingen neemt die hij anders niet zou hebben genomen. Bij een ‘opgedrongen’ contract heeft de consument echter simpelweg geen keuze om al dan niet een overeenkomst aan te gaan.
Voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad
5.14.
De kantonrechter is, gezien de hiervoor beschreven onduidelijkheden, voornemens om de vragen over de uitleg van de Besluiten en over de verhouding tussen de overnemende leverancier en de klant indien de Besluiten geen contractsoverneming inhouden, direct aan de Hoge Raad voorleggen. Deze vragen betreffen rechtsvragen die van doorslaggevend belang zijn voor de beslechting van het geschil tussen partijen.
5.15.
Bij deze kantonrechter lopen, naast deze zaak, drie, vrijwel identieke zaken waarbij Innova eveneens de gedaagde partij is. Deze zaken zijn gezamenlijk behandeld. Inmiddels is bekend dat ook bij andere rechtbanken een zeer groot aantal zaken loopt waarin dezelfde vragen aan de orde zijn. Een antwoord op deze vragen is dus niet alleen in deze zaak rechtstreeks van belang voor de beslechting van het geschil, maar ook voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen waarin dezelfde vraag zich voordoet. [27]
5.16.
Feit is dat de nieuwe wetgeving een einde maakt aan de huidige onduidelijkheid. Zoals eerder overwogen, heeft deze wetgeving geen terugwerkende kracht. Zij zegt dus niets over de huidige situatie. Dat is een reden om toch nog voor de zaken die lopen onder de huidige wetgeving prejudiciële vragen te stellen. Daarbij speelt mee dat in veel van de lopende zaken waarschijnlijk geen hoger beroep mogelijk is, omdat het gevorderde bedrag onder de appelgrens ligt. In veel van de eerder genoemde uitspraken was dit het geval.
5.17.
Het voorstel voor de aan de Hoge Raad te stellen vragen, luidt als volgt:
1.
Volgt uit de tekst, bedoeling en systematiek van artikel 2 lid 5 onder Pro b BLE en artikel 3 lid 5 onder Pro b BLG dat bij een vrijwillige overdracht van het bestand aan kleinverbruikers in de zogeheten eerste vensterperiode de leveringsovereenkomsten op de overnemende leverancier mee overgaan en de overnemende leverancier (derhalve) gebonden is aan de voorwaarden en tarieven uit die leveringsovereenkomsten?
2.
Als deze vraag ontkennend moet worden beantwoord, geldt dan na de overdracht van het bestand van kleinverbruikers aan de overnemende leverancier dat tussen hen
a)
een nieuw contract tot stand is gekomen op voorwaarden van de overnemende leverancier, waarbij de klant(
stilzwijgend) het aanbod tot levering van gas en elektriciteit heeft aanvaard,
of
b)
een contract tot stand is gekomen als gevolg van wettelijke contractsoverneming dan wel een uit de wet (de Besluiten) voortvloeiende vorm van verbondenheid is ontstaan (verbintenissen uit de wet) die inhoudt dat (de leverancier energie levert en) de klant daarvoor betaalt overeenkomstig de tarieven van die leverancier,
of
c)
op grond van de redelijkheid en billijkheid tussen hen verbintenissen gelden op grond waarvan de energieleverancier gas en elektriciteit moet leveren aan de klant en de klant een redelijk tarief moet betalen aan de energieleverancier voor de aan hem geleverde gas en elektriciteit,
of
d)
sprake is van ongevraagde levering van energie van de overnemende leverancier aan de consument als bedoeld in artikel 7:7 lid 2 BW Pro?
3.
Moet bij de beantwoording van vraag 2 onderscheid worden gemaakt tussen de eerste periode van dertig dagen na de overdracht van de klant aan de overnemende leverancier (of zoveel korter als voor de klant een kortere opzegtermijn geldt) en de periode daarna?
4.
Als sprake is van een nieuw contract
a)
rusten dan op de overnemende leverancier de (pre)contractuele informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230m BW e.v.,
en/of
b)
moet deze dan worden beschouwd als te zijn tot stand gekomen als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193a BW e.v.?
5.
Als het antwoord op de vorige vraag ja is, welke consequenties moeten er dan worden verbonden aan een eventuele schending van de (pre)contractuele informatieverplichtingen en/of oneerlijke handelspraktijk?
5.18.
Partijen mogen zich bij akte uitlaten over het voornemen om deze vragen te stellen en over de inhoud van de te stellen vragen. De zaak wordt daarvoor verwezen naar de rol van 16 december 2025.
in de vrijwaringszaak
5.19.
Omdat het (eventuele) antwoord van de Hoge Raad op de in de hoofdzaak te stellen prejudiciële vragen ook van belang is voor de beslissing in de zaak tussen Innova en de curator, zal iedere beslissing in afwachting daarvan worden aangehouden.

6.Beslissing

De kantonrechter:
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak naar de rol van 16 december 2025 om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het in rechtsoverweging 5.17. genoemde voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad, en over de inhoud van de te stellen vragen;
- houdt iedere verdere beslissing aan;
in de vrijwaringszaak
- houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.D. Bellaart en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2025.

Voetnoten

1.Artikel 7:28 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 3:309 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 3:310 lid 1 BW Pro.
4.Artikel 3:52 lid 1 BW Pro en Hof Arnhem 21 april 1998,
5.Zie onder meer Hoge Raad 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:271.
6.Artikel 6:159 BW Pro (en artikel 6:156 BW Pro).
7.Artikel 2 lid 5 sub b BLE Pro en artikel 3 lid 5 sub b BLG Pro.
8.Artikel 3 lid 6 sub b BLE Pro en artikel 3 lid 6 sub b BLG Pro.
9.Artikel 3 lid 6 sub c BLE Pro en artikel 3 lid 6 sub c BLG Pro.
10.Artikel 2 lid 5 sub a BLE Pro en artikel 3 lid 5 sub a BLG Pro.
11.Vgl. Artikel 95m lid 7 Elektriciteitswet 1998 en artikel 52b lid 7 Gaswet.
12.Artikel 3 lid 2 sub b van Pro het Besluit vergunning levering elektriciteit aan kleinverbruikers en het Besluit vergunning levering gas aan kleinverbruikers.
13.Staatsblad 2018, 231, p. 10 en 22.
14.Staatsblad 2004, 170, p. 17. In de Nota van Toelichting bij het BLE staat dat in dat geval ‘een contract’ tot stand komt, Staatblad 2006, 104, p. 12.
15.Staatsblad 2004, 170, p. 18 en Staatblad 2006, p. 13.
16.Vgl. de noot van mr. A. Slaski in
17.Zie het advies van de landsadvocaat aan de ACM daterend van 4 april 2022: https://www.acm.nl/system/files/documents/advies-over-tarieven-en-voorwaarden-bij-overname-afnemers-in-de-eerste-vensterperiode.pdf.
18.Zie de brief van de ACM naar aanleiding van vragen van vragen van de branchevereniging Energie-Nederland en diverse energieleverancier: https://www.acm.nl/system/files/documents/brief-energieleveranciers-over-eerste-venster-periode.pdf.
19.Zie de brief van de Nationale Ombudsman van 8 mei 2024 naar aanleiding van een klacht: https://www.nationaleombudsman.nl/publicaties/brieven/2024055.
20.Zie onder meer Geschillencommissie Energie 26 oktober 2022, nr. 146292/153498.
22.Artikel 2.25 lid 1 van de nieuwe Energiewet luidt, voor zover van belang, als volgt:
23.De ingang wordt gevonden in artikel 6:216 jo Pro. artikel 6:2 jo Pro. artikel 6:248 BW Pro.
24.Artikel 7:7 lid 2 BW Pro.
25.Artikel 6:230m BW e.v.
26.Artikel 6:193a BW e.v.
27.Artikel 392 lid 1 sub b Rv Pro.