ECLI:NL:RBAMS:2022:6650

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 november 2022
Publicatiedatum
15 november 2022
Zaaknummer
CV 21-10104
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 5 Besluit Leveringszekerheid gas en elektriciteit kleinverbruikersArt. 2 lid 6 Besluit Leveringszekerheid gas en elektriciteit kleinverbruikers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overname klanten en voortzetting energieovereenkomst na faillissement Flexenergie

In deze zaak stond de vraag centraal of Innova Energie B.V. de energieovereenkomst van Flexenergie met de klant rechtsgeldig had overgenomen na het faillissement van Flexenergie. Innova stelde dat zij slechts het klantenbestand had overgenomen en niet de lopende contracten, en dat zij door de ACM was aangewezen als energieleverancier. De rechtbank concludeerde echter dat er geen aanwijzing van de ACM was op grond van het Besluit Leveringszekerheid en dat de overeenkomst tussen Flexenergie en de klant daardoor door Innova was overgenomen.

De rechtbank oordeelde dat Innova de overeenkomst onder dezelfde voorwaarden als Flexenergie moest voortzetten. Het nieuwe aanbod van Innova werd niet geaccepteerd door de klant, waardoor de oorspronkelijke overeenkomst bleef bestaan. Innova had de klant niet volledig en correct geïnformeerd, wat kwalificeerde als een oneerlijke handelspraktijk.

Verder stelde de klant dat hij meer had betaald dan op grond van de oorspronkelijke overeenkomst gerechtvaardigd was. De rechtbank vond dit aannemelijk en veroordeelde Innova tot terugbetaling van €11,39 wegens onverschuldigde betaling. De vordering van Innova werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Innova af en veroordeelt haar tot terugbetaling van €11,39 aan de klant wegens onverschuldigde betaling.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9332677 CV EXPL 21-10104
vonnis van: 14 november 2022
fno.: 364

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Innova Energie B.V.

gevestigd te Delft
eiseres in conventie/gedaagde in reconventie
nader te noemen: Innova
gemachtigde: [gemachtigde]
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde in conventie/eiser in conventie
nader te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 24 februari 2022 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft Innova een akte tevens dupliek in reconventie genomen. [gedaagde] heeft daarop bij antwoordakte gereageerd en producties overgelegd. Na de rolmededeling van 2 mei 2022 heeft Innova zich nog uitgelaten over de producties van [gedaagde] .
Ten slotte is opnieuw een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

in conventie en reconventie
Bij voornoemd tussenvonnis is Innova in de gelegenheid gesteld een nadere toelichting te geven over de overgang van de energieovereenkomst naar haar. Voorts is Innova in de gelegenheid gesteld een toelichting te geven op de informatieplichten en de mogelijke sanctie op het niet naleven daarvan.
Innova heeft in haar akte gesteld dat zij geen besluit van de netbeheerder kan overleggen. Volgens Innova waren destijds meerdere energiemaatschappijen geïnteresseerd in de overname van de klanten van Flexenergie en is zij als meest gerede partij door de ACM aangewezen om energie te leveren. In samenspraak met en met toestemming van de ACM is slechts het klantenbestand overgedragen en niet de lopende contracten van Flexenergie. In geval van aanwijzing op grond van artikel 2 lid 6 van Pro het Besluit Leveringszekerheid gas en elektriciteit kleinverbruikers (het Besluit) zullen de essentiële informatieplichten moeten worden getoetst aan de overeenkomst die op 1 november 2018 tot stand is gekomen. Innova berust in het opleggen van een sanctie mocht geoordeeld worden dat essentiële informatieplichten zijn geschonden.
Op grond van de stellingen van Innova wordt geconcludeerd dat de ACM Innova niet ingevolge artikel 2 lid 6 onder Pro b en c van het Besluit heeft aangewezen. Bij gebrek aan een andere wettelijke basis en de afwezigheid van een toelichting van de zijde van Innova op dit punt, kan de leveringsverplichting van Flexenergie niet anders op Innova zijn overgegaan dan door overname ingevolge artikel 2 lid 5 onder Pro b van het Besluit. Nu Innova hieromtrent niets heeft gesteld en de stukken ook geen nadere uitleg geven, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de energieovereenkomst die bestond tussen Flexenergie en [gedaagde] , door Innova is overgenomen. Deze overeenkomst dient in dat geval door Innova onder dezelfde voorwaarden die golden bij Flexenergie te worden voortgezet. Het betoog van Innova dat zij zich heeft gebaseerd op een door de ACM geautoriseerde “tussenvorm” maakt het vorenstaande niet anders. Nog afgezien van het feit dat van een autorisatie voor die “tussenvorm” door de ACM in dit geding niet is gebleken, valt niet in te zien op basis van welke bevoegdheid de ACM een dergelijke autorisatie kan afgeven in de privaatrechtelijke verhouding tussen de energieleverancier en haar klant. De ACM heeft slechts de mogelijkheid om op basis van een aanwijzing de leveringszekerheid te garanderen indien er geen overeenkomst met de curator tot stand komt. Het overnemen van alleen het “klantenbestand”, zonder dat daarbij de energieovereenkomsten worden overgenomen, zoals door Innova wordt bepleit, is een figuur die in het Besluit niet voor komt.
Innova heeft niettemin aan [gedaagde] bericht dat hij per 1 november 2018 (de overnamedatum) een nieuwe leveringsovereenkomst met Innova had en zij heeft [gedaagde] daarbij als bijlage een nieuwe schriftelijke overeenkomst met een variabel tarief toegezonden. Verder heeft Innova [gedaagde] vervolgens een nieuw aanbod gedaan tegen vaste tarieven. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder rov. 3 is dit onjuiste informatie en is Innova niet volledig geweest in haar mededelingen, zodat sprake is van een omissie. Dit kwalificeert als een oneerlijke handelspraktijk. Innova had de door haar overgenomen klanten van Flexenergie moeten berichten dat zij de overeenkomsten met Flexenergie heeft overgenomen, onder de voorwaarden die golden bij Flexenergie.
Aangezien [gedaagde] het aanbod van Innova niet heeft aanvaard, is de overeenkomst die [gedaagde] oorspronkelijk met Flexenergie heeft gesloten in stand gebleven en moet(en) Innova (en [gedaagde] ) daaraan uitvoering geven. Hieruit volgt dat de vorderingen van Innova zijn gebaseerd op een niet bestaande overeenkomst.
Verder is aannemelijk dat [gedaagde] vanwege hogere tarieven aan Innova meer heeft betaald dan waartoe hij was gehouden als Innova uitvoering had gegeven aan de oorspronkelijke overeenkomst. In ieder geval is redelijkerwijs aannemelijk dat [gedaagde] aan Innova onverschuldigd een bedrag heeft betaald dat het in reconventie gevorderde van € 11,39 te boven gaat.
Dat betekent dat, los van het door [gedaagde] aangevoerde verweer dat hij meer heeft betaald aan Innova dan op basis van het daadwerkelijk verbruik in rekening mocht worden gebracht, de vordering in conventie niet en de vordering in reconventie wel toewijsbaar is.
Innova wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie, die tot op heden aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

BESLISSING

De kantonrechter:
in conventie:
wijst de vordering af;
in reconventie
veroordeelt Innova om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 11,39;
wijst het meer of anders gevorderde af;
in conventie en reconventie
veroordeelt Innova in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2022, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.