Eiser, met zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit, is veroordeeld voor het voorbereiden en bevorderen van terroristische misdrijven en heeft zich aangesloten bij ISIL. Naar aanleiding hiervan heeft de staatssecretaris zijn Nederlanderschap ingetrokken en een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twintig jaar opgelegd.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is omdat de intrekking van zijn Nederlanderschap nog niet onherroepelijk was en dat hij geen actuele bedreiging zou vormen. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit terecht is genomen omdat eiser onrechtmatig in Nederland verbleef en het gevaar dat van hem uitgaat actueel en ernstig is.
Daarnaast stelde eiser dat het besluit niet voldoet aan het evenredigheidsbeginsel en dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn gezinsleven en het belang van zijn kinderen. De rechtbank vond dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt en dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn gezinsrelaties.
Tot slot wees eiser op een reëel risico van onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Marokko, maar de rechtbank vond dat hij dit niet aannemelijk had gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.