ECLI:NL:RVS:2023:336
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing asielaanvraag en herzieningsverzoek terugkeerbesluit
De vreemdeling diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 7 maart 2022 werd afgewezen. Tevens werd een verzoek om herziening van een eerder terugkeerbesluit van 19 juli 2021 afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond vanwege motiveringsgebreken bij de afwijzing van het herzieningsverzoek, maar wees de overige gronden af.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond is omdat het geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat. Het hoger beroep van de vreemdeling faalde eveneens, waarbij de Raad het oordeel van de rechtbank bevestigde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling in Marokko of Turkije.
De Raad ging ook in op de vraag of de staatssecretaris het risico op onmenselijke behandeling in Turkije binnen de asielprocedure had moeten toetsen en concludeerde dat dit terecht in het kader van het terugkeerbesluit is beoordeeld. Het beroep tegen het besluit van 5 augustus 2022, waarin het herzieningsverzoek opnieuw werd afgewezen, werd ongegrond verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.