ECLI:NL:HR:2020:842

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2020
Publicatiedatum
8 mei 2020
Zaaknummer
18/04824
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 157 SrArt. 288a SrArt. 289 SrArt. 83 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak Syriëganger wegens voorbereiding terroristische misdrijven

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor het voorbereiden en bevorderen van ernstige misdrijven zoals brandstichting, doodslag en moord met een terroristisch oogmerk, zoals bedoeld in art. 157, 288a, 289 jo 83 Sr en art. 96.2 Sr.

De verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen aan de orde, waaronder klachten over de motivering van de bewezenverklaring en de afwijzing van een getuigenverzoek. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad gaf geen nadere motivering omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform art. 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien en op 9 juni 2020 uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, waardoor de veroordeling voor voorbereiding van terroristische misdrijven met terroristisch oogmerk in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04824
Datum9 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 oktober 2018, nummer 22/001907-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2020.