ClientEarth en LIFE dienden een handhavingsverzoek in bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gericht op controles en handhaving binnen de Nederlandse pelagische en demersale visserijsector. De minister wees het verzoek af omdat het niet concreet genoeg was en onvoldoende aanknopingspunten bood voor mogelijke overtredingen door specifieke bedrijven.
De minister verklaarde het bezwaar van LIFE en ClientEarth niet-ontvankelijk, omdat LIFE geen belanghebbende was en het verzoek van ClientEarth niet kwalificeerde als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). ClientEarth en LIFE voerden in beroep aan dat het verzoek wel concreet genoeg was en dat de minister onvoldoende handhaafde.
De rechtbank oordeelde dat LIFE geen belanghebbende is omdat haar statutaire en feitelijke werkzaamheden gericht zijn op kleinschalige visserij en niet direct betrokken zijn bij het verzoek. Het handhavingsverzoek van ClientEarth was te algemeen en gericht op beleidswijziging en intensivering van toezicht, zonder concrete overtredingen of overtreder aan te wijzen.
De rechtbank stelde dat een handhavingsverzoek voldoende concreet moet zijn om een verplichting tot onderzoek en handhaving uit te lokken. Het verzoek van ClientEarth was te breed en kon niet leiden tot een concreet handhavingsbesluit. Voor algemene onvrede over handhaving kan alleen de burgerlijke rechter worden benaderd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De rechtbank wees ook het verzoek om opvragen van documenten op grond van de Wet open overheid af omdat deze niet relevant waren voor de beoordeling van de concreetheid van het verzoek.