Stichting Wakker Dier verzocht de minister van Economische Zaken op 25 maart 2013 om handhaving tegen drie kuikenbroederijen wegens overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Wet Dieren. De minister nam niet tijdig een besluit op dit verzoek en stelde het verzoek niet als aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan, waarop Wakker Dier bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
Het College oordeelde dat het verzoek van Wakker Dier voldoende bepaald was en als aanvraag moest worden aangemerkt, waardoor de minister verplicht was binnen een redelijke termijn, in dit geval acht weken, een besluit te nemen. De minister had dit niet gedaan, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond werd verklaard.
De minister had pas op 13 september 2013 een inhoudelijk besluit genomen, wat te laat was. Het College stelde daarom de maximale dwangsom van €1260 vast en veroordeelde de minister in de proceskosten. Tevens werd het beroep tegen het inhoudelijke besluit van 13 september 2013 ter behandeling als bezwaar naar de minister verwezen.