ECLI:NL:RVS:2021:35
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij omgevingsvergunning voor verbouwing bedrijfswoning
Het college van burgemeester en wethouders van Lochem verleende op 25 april 2018 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor de verbouwing van een bedrijfswoning in Kring van Dorth. Appellanten, waaronder Stichting Leefbaar Buitengebied en twee omwonenden, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende negatieve gevolgen zoals verkeershinder en lichthinder.
Het college verklaarde de bezwaren van appellanten niet-ontvankelijk omdat zij volgens het college geen belanghebbenden waren. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij rechtstreeks en in voldoende mate door het besluit worden geraakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de afstand van 190 meter tussen de bedrijfswoning en de percelen van de omwonenden, en het feit dat de verbouwing voornamelijk inpandig is, geen relevante gevolgen voor hen oplevert. Ook de stichting kon niet aantonen dat haar statutaire belangen door het besluit werden geraakt. Verder werd geoordeeld dat het Verdrag van Aarhus niet van toepassing is op deze vergunningverlening. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de appellanten zijn geen belanghebbenden bij het besluit.