ECLI:NL:RBDHA:2020:14658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en overdracht aan Italië
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen waardoor overdracht aan Italië werd opgeschort.
De rechtbank heeft het verzoek tot verdere aanhouding van de beroepsprocedure afgewezen, mede vanwege recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) en antwoorden van Italiaanse autoriteiten die relevant zijn voor de beoordeling. De rechtbank overweegt dat de eerdere aanhouding niet onbeperkt voortduurt en dat ontwikkelingen aanleiding geven tot voortzetting van de procedure.
Eiseres stelde dat zij en haar minderjarige zoon bijzondere kwetsbare personen zijn en dat Italië geen individuele garanties heeft gegeven, waardoor overdracht in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en recente jurisprudentie van de ABRvS die bevestigt dat Italië zijn verplichtingen nakomt.
Ook de gevolgen van de coronapandemie leiden niet tot een ander oordeel, aangezien de ABRvS heeft geoordeeld dat de pandemie een tijdelijk overdrachtsbeletsel kan vormen maar de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt. De rechtbank concludeert dat de omstandigheden van eiseres niet zodanig bijzonder zijn dat een uitzondering op de overdracht gerechtvaardigd is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-behandeling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de voorlopige aanhouding van de procedure wordt opgeheven.