ECLI:NL:RVS:2020:1850
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 23 september 2019 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling, omdat Italië volgens hem verantwoordelijk was voor de opvang. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en beval nieuwe besluiten met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met het interstatelijk vertrouwensbeginsel en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, waaronder de uitspraak van 8 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:986). De Raad nam ook rapporten en brieven over de situatie in Italië in beschouwing.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee wordt bevestigd dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de situatie in Italië geen aanleiding geeft tot individuele garanties voor opvang en zorg.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.