Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2019 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Geschil7. In geschil is of de aanslag IB/PVV 2010 tot het juiste bedrag is opgelegd. Meer in bijzonder spitst het geschil zich toe op de vragen of:
- eiser gedurende het jaar 2010 in Nederland sociaal verzekerd en daarmee premieplichtig is voor de volksverzekeringen;
- verweerder op grond van de toepasselijke regelgeving mag heffen;
- met het opleggen van de aanslag het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden;
- eiser recht heeft op immateriële schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn.
.Aan de in artikel 73, tweede lid, van de Toepassingsverordening genoemde terugbetaling van reeds in een andere Lidstaat betaalde sociale zekerheidspremies kan slechts worden toegekomen nadat het bevoegde orgaan van de Lidstaat waarvan de verzekeringsplicht is vastgesteld, in dit geval Nederland, zekerheid heeft gekregen over de aan de Lidstaat die op grond van artikel 6, vierde lid, van de Toepassingsverordening de verzekeringsplicht voorlopig heeft vastgesteld betaalde premies. Wat er zij van de mogelijkheid in de onderhavige procedure van verrekening, eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de bevoegde autoriteit in Luxemburg de sociale verzekeringsplicht in Luxemburg voor de periode van 1 mei 2010 tot en met 31 december 2010 voorlopig heeft vastgesteld. Een A1- of E101-verklaring over deze periode is er niet.