ECLI:NL:RBDHA:2016:10380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen boete wegens arbeid zonder tewerkstellingsvergunning
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €6.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning op zijn marktkraam. Na bezwaar en een intrekking van het bestreden besluit volgde een nieuwe beslissing waarbij de boete werd gematigd tot €1.000.
De rechtbank oordeelt dat eiser de vreemdeling structureel en ten behoeve van zijn onderneming arbeid heeft laten verrichten, zoals blijkt uit verklaringen van de wijkagent en marktmeester, en dat dit arbeid in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) betreft. Eiser had de arbeid moeten controleren en voorkomen dat deze zonder vergunning werd verricht.
De rechtbank stelt dat verweerder terecht de boete oplegde en dat de matiging tot €1.000 passend is gezien de omstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens arbeid zonder tewerkstellingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.000 blijft gehandhaafd.