Uitspraak
200700303/1), is instemming met, onderscheidenlijk wetenschap van de arbeid niet vereist voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav. Uit de overeenkomst blijkt bovendien dat tenminste een maal per drie maanden tussen [appellant sub 2] en [bedrijf B] overleg plaatsvindt over de kwaliteit van de bezorging, [appellant sub 2] een vertegenwoordiger benoemt die de vergaderingen van de inspecteurs en de hoofdinspecteur van de distributie kan bijwonen en [appellant sub 2] ten aanzien van klachten over de bezorging gebruik zal maken van het bezorgingssysteem van [bedrijf B]. Gelet op deze contractuele bepalingen, moet [appellant sub 2] worden geacht bij [bedrijf B] invloed te kunnen uitoefenen op de gang van zaken rond de bezorging van het dagblad. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de minister [appellant sub 2] ten onrechte als werkgever in de zin van de Wav heeft aangemerkt.
200607461/1, 12 maart 2008 in zaak nr.
200704906/1, 3 juni 2009 in zaak nr.
200803230/1/V6, 17 juni 2009 in zaak nr.
200806748/1/V6, 16 september 2009 in zaak nr.
200900632/1/V6) vloeit het volgende voort.
200509111/1), is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of de voorschriften van de Wav worden nageleefd. Door [appellant sub 2] zijn geen maatregelen getroffen om de overtredingen te voorkomen, noch heeft zij contractueel bedongen dat de bezorging van het dagblad dient te geschieden in overeenstemming met de Wav. Weliswaar is [appellant sub 2] met [bedrijf B] overeengekomen dat laatstgenoemde de verantwoordelijkheid voor de bezorging van het dagblad op zich neemt, doch dit ontslaat [appellant sub 2] niet van de verplichting ook zelf de nodige maatregelen te treffen om overtreding van de Wav te voorkomen.
200705380/1) is in artikel 19a, tweede lid, van de Wav een cumulatiebepaling neergelegd. Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling (Kamerstukken II 2003/04, 29 523, nr. 3, blz. 17), wordt door een dergelijke bepaling de situatie vermeden dat een werkgever die in strijd met het verbod van artikel 2, eerste lid, van de Wav één werknemer in dienst heeft een even hoge boete krijgt als een werkgever die in strijd met dit verbod tien werknemers in dienst heeft. Nu de totale hoogte van de aan [appellant sub 2] opgelegde boetes zijn grondslag vindt in het aantal onderscheiden overtredingen van de Wav, is van strijd met het evenredigheidsbeginsel geen sprake.
200905616/1/V6, ligt bij een zodanige overschrijding een vermindering van de boete met 10%, met een maximum van € 2.500,00, in de rede. Naast deze vermindering is voor schadevergoeding op de voet van artikel 8:73 van Pro de Awb wegens overschrijding van de redelijke termijn geen plaats.