ECLI:NL:RVS:2016:647
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en matiging boete
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante sub 2] een boete van €12.000,00 op wegens het in dienst hebben van een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank matigde de boete tot €6.000,00, maar zowel de minister als [appellante sub 2] gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of het loon van de vreemdeling voldeed aan het looncriterium voor kennismigranten en of de boete passend was. De vreemdeling beschikte over een verblijfsdocument voor kennismigranten, maar het overeengekomen loon voldeed niet aan het vereiste minimumloon. De rechtbank matigde de boete vanwege omstandigheden zoals het ontbreken van opzet en het niet genieten van financieel voordeel.
De Raad van State oordeelde dat het looncriterium strikt moet worden toegepast en dat de door [appellante sub 2] aangevoerde aanvullende vergoedingen niet meetellen als contractueel overeengekomen loon. Verder werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte de boete matigde op basis van onvoldoende financiële gegevens. De Raad matigde de boete echter wel met 25% vanwege andere verzachtende omstandigheden. De boete werd vastgesteld op €6.000,00 en de uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €6.000,00 met een matiging van 25%.