ECLI:NL:RBDHA:2015:11350
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing geloofwaardigheid asielverzoek Eritrese familie en afwijzing verblijfsvergunning
Eisers, een Eritrese vrouw en haar kinderen, vroegen om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werd afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid van hun nationaliteit en herkomst.
De rechtbank beoordeelde of artikel 83a van de Vreemdelingenwet 2000, dat een volledig en ex nunc onderzoek voorschrijft, een beoordelende in plaats van toetsende rol van de bestuursrechter vereist. De rechtbank concludeerde dat de bestuursrechter een toetsende rol behoudt, maar met een indringender toetsing van de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen documenten overlegde ter onderbouwing van haar Eritrese nationaliteit en dat haar verklaringen over herkomst en verblijf wisselend en summier waren. Ook de verklaringen over haar verblijf in Soedan konden de geloofwaardigheid niet versterken.
Gelet hierop oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris terecht de asielaanvragen ongegrond heeft verklaard en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvragen worden afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de nationaliteit en identiteit.