ECLI:NL:RBDHA:2016:1604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid en relatie
Eiseres, een vrouw van Ugandese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van haar seksuele gerichtheid en de problemen die zij daardoor in Uganda ondervond. Verweerder wees dit verzoek af vanwege twijfels over de geloofwaardigheid van haar seksuele geaardheid en relatie met haar vriendin.
De rechtbank beoordeelde het onderzoek van verweerder naar de seksuele gerichtheid van eiseres aan de hand van een gedragslijn en werkinstructie die sinds april 2014 gelden. Deze bevatten voorbeeldvragen en thema’s die de geloofwaardigheidstoetsing uniform en transparant maken. De rechtbank oordeelde dat verweerder deze systematiek voldoende inzichtelijk had gemaakt en dat het onderzoek conform deze richtlijnen was uitgevoerd.
De rechtbank vond de verklaringen van eiseres over haar seksuele geaardheid, relatie en de omstandigheden in Uganda vaag, tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd. Ook het ontbreken van contact met haar vriendin na vertrek uit Uganda versterkte de ongeloofwaardigheid. De rechtbank volgde verweerder dan ook in zijn standpunt dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit werd in stand gelaten. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt bevestigd.